- Arrest van 10 december 2013

10/12/2013 - P.13.1377.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De enkele omstandigheid dat de onderzoeksrechter een verdergaande onderzoeksmaatregel heeft bevolen dan die welke was gevorderd door het openbaar ministerie bij toepassing van artikel 28septies Wetboek van Strafvordering heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat hij daardoor niet langer meer onpartijdig en onafhankelijk kan optreden en dat daardoor het recht op een eerlijk proces van de verdachte wordt miskend.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1377.N

C W M A V,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie te Hasselt, met kan-toor te 3500 Hasselt, Maastrichterstraat 99, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. P P en K D, in eigen naam en als wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen R P, E P en K P,

burgerlijke partijen,

2. B S,

burgerlijke partij,

3. MBM CONSTRUCT bvba, met zetel te 3920 Lommel, Kattenbos 116 bus A,

burgerlijke partij,

4. J L,

burgerlijke partij,

5. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, E. Jacqmainlaan 53,

burgerlijke partij,

6. JACRA bvba, met zetel te 3900 Overpelt, Kapelstraat 4,

burgerlijke partij,

7. E N,

burgerlijke partij,

8. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Prof. Van Over-straetenplein 2,

burgerlijke partij,

9. ING NON-LIFE BELGIUM nv, met zetel te 1040 Brussel, St. Michielswa-rande 70,

burgerlijke partij,

10. APOTHEEK H bvba,

burgerlijke partij,

11. MOBILO bvba, met zetel te 2490 Balen, Haverstraat 70,

burgerlijke partij,

12. L V D,

burgerlijke partij,

13. BELFIUS VERZEKERINGEN nv, met zetel te 1210 Brussel, Gali-leelaan 5,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. C/1083/2013 van het hof van be-roep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest is wat de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster 9 betreft, bij verstek gewezen.

In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep, dat is ingesteld tij-dens de gewone termijn van verzet, is niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 56 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid van de rechter: het arrest oordeelt ten onrechte dat de omstandigheid dat de onder-zoeksrechter zijn saisine heeft overschreden, niet van aard is om redelijke twijfel te doen rijzen over zijn onafhankelijkheid om à charge en à décharge te onder-zoeken, noch om eisers recht op een eerlijk proces onherroepelijk aan te tasten; het oordeelt ook dat de eiser niet in concreto aantoont welke specifieke onder-zoekshandelingen zouden zijn aangetast door een beweerd gebrek aan onpartij-digheid van de onderzoeksrechter noch op welke wijze zijn recht van verdediging zou zijn miskend; de onderzoeksrechter was in het kader van een mini-instructie gevat het telefonie-verkeer op een bepaalde mast te onderzoeken zonder identifi-catie van de nummers, terwijl hij opdracht heeft gegeven het mastverkeer te on-derzoeken met weergave van de identiteit en de naam van de gebruikers; hierdoor heeft de onderzoeksrechter zichzelf gevat en het vervolgingsrecht uitgeoefend; bijgevolg heeft hij het substantiële beginsel van de scheiding tussen de vervolgen-de en de rechterlijke instantie miskend en zijn onafhankelijkheid en autonomie in het gedrang gebracht, zodat eisers recht op een eerlijk proces is miskend; deze miskenning heeft in casu onherstelbare schade toegebracht omdat zij zich situeer-de in het begin van het onderzoek, dat aldus ab initio en in zijn totaliteit is aange-tast in zijn betrouwbaarheid en objectiviteit.

3. Krachtens artikel 28septies Wetboek van Strafvordering kan de procureur des Konings die optreedt binnen het kader van het opsporingsonderzoek, de on-derzoeksrechter vorderen een in dat artikel niet uitgesloten onderzoekshandeling te verrichten waarvoor alleen de onderzoeksrechter bevoegd is, zonder dat een ge-rechtelijk onderzoek wordt ingesteld.

4. De enkele omstandigheid dat de onderzoeksrechter een verdergaande onderzoeksmaatregel heeft bevolen dan die welke was gevorderd door het openbaar ministerie bij toepassing van het vermelde artikel, heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat hij daardoor niet langer meer onpartijdig en onafhankelijk kan optreden en dat daardoor het recht op een eerlijk proces van de verdachte wordt miskend.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. De appelrechters oordelen dat:

- de overschrijding door de onderzoeksrechter van de op grond van artikel 28septies Wetboek van Strafvordering genomen vordering niet van aard is twij-fel te doen rijzen omtrent de onafhankelijkheid van de gelaste onderzoeksrech-ter om ten laste en ten ontlaste te onderzoeken;

- dit niet leidt tot een onherroepelijke aantasting van eisers recht op een eerlijk proces, wat niet is aangetoond;

- de eiser zijn verweer ten volle kon voeren voor de vonnisrechter;

- de eiser niet concreet aantoont welke specifieke onderzoekshandelingen zou-den zijn aangetast door het beweerde gebrek aan onpartijdigheid van de onder-zoeksrechter, noch op welke wijze zijn recht van verdediging is miskend.

Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 130,41 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Opsporingsonderzoek

  • Mini onderzoek

  • Maatregel gevorderd door het openbaar ministerie

  • Door de onderzoeksrechter bevolen verdergaande maatregel

  • Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de onderzoeksrechter

  • Recht op een eerlijk proces

  • Bestaanbaarheid