- Arrest van 11 december 2013

11/12/2013 - P.13.1300.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een beklaagde de bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal van vaststelling van de hem ten laste gelegde verkeersovertredingen betwist, wegens een woordenwisseling tussen hem en de verbalisant, met name de commissaris van politie, en daaruit afleidt dat laatstgenoemde niet objectief is, antwoordt het vonnis niet op dat verweer door alleen maar te oordelen dat de vaststellingen van de politie bewijskracht hebben (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2013, nr.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1300.F

A. A.,

Mr. Carine Liekendael, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 19 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 2 december 2013 een conclu-sie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 11 december 2013 heeft raadsheer Françoise Roggen ver-slag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet als-ook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging.

De eiser heeft voor de correctionele rechtbank een conclusie neergelegd waarin hij de bijzondere bewijswaarde betwist van het proces-verbaal van vaststelling van de hem ten laste gelegde verkeersovertredingen, om reden van een woordenwisseling tussen hem en de verbalisant, politiecommissaris, waaruit hij afleidt dat laatstge-noemde niet objectief is.

Het vonnis, dat alleen oordeelt dat de vaststellingen van de politie bewijskracht hebben, antwoordt niet op dat verweer.

De beslissing is bijgevolg niet regelmatig gemotiveerd.

In zoverre is het middel gegrond.

Het tweede middel, dat niet tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet op de strafvordering tegen de eiser.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten van het cassatieberoep ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 11 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Wegverkeer

  • Proces-verbaal levert bewijs op tot bewijs van het tegendeel

  • Bijzondere bewijswaarde

  • Voorwaarde

  • Woordenwisseling tussen de beklaagde en de verbalisant

  • Verweermiddel voert het gebrek aan objectiviteit van de verbalisant aan

  • Verplichting hierop te antwoorden