- Arrest van 12 december 2013

12/12/2013 - C.13.0254.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vestiging van een erfdienstbaarheid bij authentieke akte is slechts noodzakelijk met het oog op de overschrijving op het hypotheekkantoor, in de gevallen waarin deze formaliteit is vereist voor de tegenwerpelijkheid van de erfdienstbaarheid aan derden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0254.N

J-P D,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. R P,

2. K P,

3. K P,

4. H V,

allen met keuze van woonplaats bij gerechtsdeurwaarder Paul Vandemeulebroec-ke, met kantoor te 9300 Aalst, Korte Zoutstraat 32,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 11 december 2012.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 639 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat erfdienstbaarheden onder meer ontstaan uit overeenkomsten tussen de eigenaars gesloten.

De artikelen 686 en 690 tot en met 696 Burgerlijk Wetboek maken gewag van de vestiging van erfdienstbaarheden "door een titel".

Met het begrip "titel" in deze bepalingen is bedoeld de rechtshandeling (negotium) waardoor de erfdienstbaarheid wordt gevestigd. Deze rechtshandeling kan zijn neergelegd in een akte (instrumentum), hetzij een onderhandse akte, hetzij een authentieke akte.

De vestiging van een erfdienstbaarheid bij authentieke akte is slechts noodzakelijk met het oog op de overschrijving op het hypotheekkantoor, in de gevallen waarin deze formaliteit is vereist voor de tegenwerpelijkheid van de erfdienstbaarheid aan derden.

2. Het onderdeel verwijt het bestreden vonnis het bestaan van de erfdienst-baarheid van doorgang en overgang te laten steunen op het oordeel dat het me-tingsplan deel uitmaakt van de notariële verkoopakte van 29 september 1998. Het voert aan dat deze beslissing niet naar recht verantwoord is omdat stukken die bij een notariële akte worden gevoegd als dusdanig geen authentiek karakter hebben.

3. Het onderdeel, dat aldus uitgaat van de veronderstelling dat het bestaan van een erfdienstbaarheid slechts kan blijken uit een authentieke akte, steunt op een verkeerde rechtsopvatting en faalt derhalve naar recht.

Tweede onderdeel

4. Het onderdeel, dat schending aanvoert van artikel 1320 Burgerlijk Wetboek, dat de eiser voor de appelrechters niet heeft aangevoerd en dat niet van dwingend recht of van openbare orde is, is nieuw.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

5. De eiser heeft in zijn conclusie voor de appelrechters aangevoerd: "Wat er ook van zij, in elke geval heeft de Vrederechter terecht geoordeeld dat het enkele gebruik van de aanduiding "Erfdienstbaarheid van overgang en doorgang" door de landmeter die het plan heeft opgesteld, alleszins niet constitutief (is) voor het vestigen van een erfdienstbaarheid, ook al is dat plan ondertekend door de partijen en de instrumenterende notaris. Dit voorheen opgemaakt plan maakt immers als zodanig geen deel uit van de notariële verkoopakte, waarvan de notaris een voor eensluidende afgifte afleverde, en heeft dus ook niet het authentiek karakter ervan. Het is duidelijk dat de op het plan in kwestie voorkomende vermeldingen, zoals het integrale plan zelf overigens, niet tegenstelbaar zijn aan concluant of enige andere rechtsopvolger van mevrouw De Niels."

6. De eiser heeft aldus niet aangevoerd dat het plan hem niet tegenstelbaar is omdat het niet werd overgeschreven op het hypotheekkantoor.

In zoverre het onderdeel van het tegendeel uitgaat en miskenning van de motive-ringsplicht aanvoert, mist het feitelijke grondslag.

7. Bij gebrek aan daartoe strekkende conclusie, dient de rechter die een eige-naar veroordeelt tot het respecteren van een door zijn rechtsvoorganger gevestigde erfdienstbaarheid, niet vast te stellen dat de akte waarbij de erfdienstbaarheid werd gevestigd, werd overgeschreven op het hypotheekkantoor.

In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 1 Hypotheekwet kan het niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 882,42 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 12 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vestiging

  • Wijze

  • Authentieke akte

  • Noodzaak

  • Toepassingsgebied