- Arrest van 17 december 2013

17/12/2013 - P.12.1083.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een verzoekschrift, “memorie” benoemd, door de eiser in cassatie ingediend ter griffie van het hof van beroep dat de bestreden beslissing heeft gewezen na het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 422 Wetboek van Strafvordering en dat zelf niet werd neergelegd ter griffie van het Hof, is niet ontvankelijk, niettegenstaande de omstandigheid dat het met het dossier op de griffie van het Hof is ingekomen minder dan twee maanden na de dag waarop de zaak op de algemene rol is ingeschreven (1). (1) Het openbaar ministerie, dat concludeerde in de zin zoals het Hof besliste, grondde zijn opvatting dat het niet-ontvankelijke verzoekschrift niet als een ontvankelijke memorie kon worden beschouwd in het ontbreken op het stuk van de door artikel 420bis, derde lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde kanttekening. Zie noot R.D. onder Cass. 27 maart 1984, AR 8410, AC 1983-1984, nr. 432.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1083.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

1. S K,

beklaagde,

met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie te Gent.

2. TOODO FOOD nv, met zetel te 9000 Gent, Sint-Salvatorstraat 123-125,

beklaagde,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 19 april 2012.

De eiser voert in een stuk, getiteld "memorie", grieven aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het verzoekschrift

1. De eiser heeft een verzoekschrift, "memorie" benoemd, ingediend ter griffie van het hof van beroep te Gent. Dit verzoekschrift bevat geen kanttekening waar-in de datum van ontvangst of neerlegging wordt vermeld. De inventaris van het dossier maakt melding van het verzoekschrift op 11 juni 2012, dit is na het ver-strijken van de termijn bepaald in artikel 422 Wetboek van Strafvordering.

1. Dit verzoekschrift dat zelf niet werd neergelegd ter griffie van het Hof, is niet ontvankelijk, niettegenstaande de omstandigheid dat het met het dossier op de griffie van het Hof is ingekomen minder dan twee maanden na de dag waarop de zaak op de algemene rol is ingeschreven.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 6.2 EVRM.

2. Artikel 6.2 EVRM bepaalt dat eenieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld volgens de wet be-wezen wordt.

Uit de enkele omstandigheid dat een lid van het openbaar ministerie het vermoe-den van onschuld van een beklaagde zou hebben miskend, kan niet worden afge-leid dat daardoor de strafvordering niet langer meer kan worden uitgeoefend.

3. Het arrest oordeelt dat de arbeidsauditeur het vermoeden van onschuld van de verweerders dermate zwaar heeft miskend dat de strafvordering voor de feiten der telastleggingen A en B niet verder meer kan worden uitgeoefend en het spreekt de eisers op die grond voor die feiten vrij.

Die beslissing is niet naar recht verantwoord.

Omvang van de cassatie

4. De vernietiging van het arrest wat de vrijspraak van de verweerders van de telastleggingen A en B betreft, brengt de vernietiging mee van de veroordeling van de verweerder tot straf en van de aan de verweerster verleende opschorting van de uitspraak voor drie jaar voor de telastleggingen C en D, daar de verwij-zingsrechter zou kunnen oordelen dat alle ten laste gelegde feiten met hetzelfde strafbaar opzet gepleegd zijn.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

5. Wat de schuldigverklaring voor de telastleggingen C en D betreft, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht ge-nomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verweerders vrijspreekt wegens de telastleggingen A en B, de verweerder tot straf veroordeelt en een bijdrage aan het slachtofferfonds, en de verweerster opschorting van de uitspraak verleent voor een proeftermijn van drie jaar wegens de telastleggingen C en D.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 65,18 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 17 december 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche P. Hoet F. Van Volsem

K. Mestdagh A. Smetryns L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Indienen van een memorie

  • Verzoekschrift door de eiser ingediend ter griffie van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen

  • Indiening na het verstrijken van de bij artikel 422 Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn

  • Verzoekschrift met dossier overgezonden aan het Hof binnen termijn van artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering

  • Ontvankelijkheid