- Arrest van 31 december 2013

31/12/2013 - P.13.2062.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit geen enkele wetsbepaling volgt dat het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling als bedoeld in artikel 27, §3, Voorlopige Hechteniswet, dat moet neergelegd worden ter griffie van het gerecht dat uitspraak moet doen, niet per aangetekende brief aan de griffie kan worden gezonden.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.2062.N

J E G S,

verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 17 december 2013.

In een memorie waarvan een afschrift aan dit arrest is gevoegd, vraagt de eiser "de wederrechtelijke hechtenis te doen ophouden" en voert hij drie middelen aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het verzoek tot invrijheidstelling

1. Het Hof is niet bevoegd om uitspraak te doen over de vraag om de hechte-nis te doen ophouden.

Het verzoek is niet ontvankelijk.

Derde middel

2. Het middel voert aan dat het arrest ten onrechte eisers verzoekschrift dat door hem was ondertekend, onontvankelijk verklaart.

3. Artikel 27, § 3, Voorlopige Hechteniswet bepaalt: "Het verzoekschrift wordt neergelegd op de griffie van het gerecht dat uitspraak moet doen en het wordt er ingeschreven in het register vermeld in artikel 21, § 2."

4. De wet bepaalt dat het verzoekschrift wordt neergelegd op de griffie en daar wordt ingeschreven in een register. Uit geen enkele wetsbepaling volgt dat dit verzoekschrift niet per aangetekende brief aan de griffie kan worden gezonden.

5. Het arrest oordeelt dat het verzoekschrift overeenkomstig artikel 27, § 3, Voorlopige Hechteniswet, dat met een aangetekende brief aan de griffie wordt gezonden voor neerlegging, niet ontvankelijk is.

Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Overige middelen

6. De overige middelen die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders sa-mengesteld, zetelend in raadkamer.

Bepaalt de kosten op 79,42 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, afdelingsvoor-zitter Frédéric Close, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lie-vens, en op de openbare rechtszitting van 31 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Close J. de Codt

Vrije woorden

  • Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling

  • Neerlegging ter griffie van het gerecht dat uitspraak moet doen