- Arrest van 2 januari 2014

02/01/2014 - D.12.0005.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 4, §2ter, tweede lid, KB nr. 78 legt aan de apotheker-titularis een tuchtrechtelijke verplichting op inzake de uitvoering en het toezicht met betrekking tot de farmaceutische handelingen en het toepassen van de wetgeving, waaronder de bepalingen inzake goede farmaceutische praktijken in de apotheek; de apotheker-titularis is zodoende tuchtrechtelijk aansprakelijk wanneer in de apotheek onwettige farmaceutische handelingen worden gesteld, tenzij hij er naar het oordeel van de rechter ten gronde in slaagt omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat hem geen schuld treft (1). (1) Zie concl. O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. D.12.0005.N

X, apotheker,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. ORDE DER APOTHEKERS, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Henri Jasparlaan 94,

2. W. BAEYENS, hoogleraar, als voorzitter van de Nationale Raad van de Orde der apothekers, met kantoor te 1060 Sint-Gillis, Henri Jasparlaan 94,

3. J. SIMONS, emeritus kamervoorzitter in het hof van beroep te Brussel, als magi-straat-assessor van de Nationale Raad van de Orde der apothekers, met kantoor te 1060 Sint-Gillis, Henri Jasparlaan 94,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing door de Raad van Beroep van de Or-de van Apothekers te Gent van 15 december 2011.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 2 december 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De appelrechters oordelen dat krachtens artikel 2ter KB nr.78 iedere apotheker-titularis strafrechtelijk, burgerrechtelijk en tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de farmaceutische handelingen, voor het beheer van de apotheek voor zover dit recht-streeks invloed heeft op de farmaceutische handelingen en voor het toepassen van de wetgeving waaronder de bepalingen inzake goede farmaceutische praktijken in de apo-theek en dat ook alle handelingen die door en van de medewerkers, al dan niet vereen-zelvigd, worden gesteld "rechtens" worden toegerekend aan de titularis.

Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, verwerpen de appelrechters aldus de door de eiser ingeroepen objectieve tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid.

2. Gelet op dit oordeel was het verweer omtrent de toetsing van de objectieve tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid aan artikel 6 EVRM en het algemeen rechtsbe-ginsel van het persoonlijk karakter van de straf niet meer dienend en hoefden de appel-rechters hierop niet meer te antwoorden.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

3. Artikel 4, § 2ter, eerste lid, KB nr. 78 bepaalt: "Iedere apotheek wordt onder de verantwoordelijkheid van één of meer apothekers-titularissen geplaatst. (...)".

Artikel 4, § 2, tweede lid, van voormeld koninklijk besluit bepaalt: "Ieder apotheker-titularis is strafrechtelijk, burgerrechtelijk en tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de farmaceutische handelingen, voor het beheer van de apotheek voor zover dit recht-streeks invloed heeft op de farmaceutische handelingen en voor het toepassen van de wetgeving, waaronder de bepalingen inzake goede farmaceutische praktijken in de apotheek."

4. Deze bepaling legt aan de apotheker-titularis een tuchtrechtelijke verplichting op inzake de uitvoering en het toezicht met betrekking tot de farmaceutische handelingen en het toepassen van de wetgeving, waaronder de bepalingen inzake goede farmaceuti-sche praktijken in de apotheek.

De apotheker-titularis is zodoende tuchtrechtelijk aansprakelijk wanneer in de apo-theek onwettige farmaceutische handelingen worden gesteld, tenzij hij er naar het oor-deel van de rechter ten gronde in slaagt omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat hem geen schuld treft.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede middel

5. Het middel dat ervan uitgaat dat de bestreden beslissing de opgelegde schorsing van 20 kalenderdagen verantwoordt op grond van het enkele motief dat uit het geheel van de zaak blijkt dat eiser geen blijkt geeft van schuldinzicht berust op een onvolledi-ge lezing en mist mitsdien feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 325,00 euro en voor de verweerders op 131,24 eu-ro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Apotheker-titularis

  • Tuchtrecht

  • Toerekenbaarheid misdrijf

  • Persoonlijk karakter van de straf