- Arrest van 7 januari 2014

07/01/2014 - P.13.1716.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 41 Wegverkeerswet volgt dat de rechter voor elke straf van het verval van het recht tot sturen die hij krachtens de Wegverkeerswet uitspreekt en waarvoor hij uitstel van tenuitvoerlegging verleent, minstens acht dagen effectief dient op te leggen (1). (1) Cass. 27 oktober 2004, AR P.04.0695.F, AC 2004, nr. 511.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1716.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN,

eiser,

tegen

C F F P,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Leuven van 26 september 2013.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 41 Wegverkeerswet: het bestre-den vonnis verleent uitstel van tenuitvoerlegging voor een periode van drie jaar voor het aan de verweerder voor het feit B opgelegde verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig gedurende een termijn van één maand; nochtans verplicht artikel 41 Wegverkeerswet een effectief gedeelte van minimum acht da-gen op te leggen; de omstandigheid dat de rechter voor het feit A een effectief verval heeft opgelegd, doet geen afbreuk aan die verplichting; artikel 41 Wegver-keerswet moet bij het opleggen van elke afzonderlijke straf worden gerespecteerd.

2. Artikel 41 Wegverkeerswet bepaalt: "In de gevallen waarin de rechter in toepassing van deze wet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, moet hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, § 1 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie een effectief gedeelte opleggen van minimum acht dagen."

Uit die bepaling volgt dat de rechter voor elke straf van het verval van het recht tot sturen die hij krachtens de wegverkeerswet uitspreekt en waarvoor hij uitstel van tenuitvoerlegging verleent, minstens acht dagen effectief dient op te leggen.

3. Het bestreden vonnis legt aan de eiser voor het feit B van geïntoxiceerd stu-ren, naast een geldboete en een vervangend rijverbod, op grond van artikel 38, § 1, 1°, Wegverkeerswet tevens een verval op van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen. Het verleent voor dit verval van het recht tot sturen integraal uitstel van tenuitvoerlegging. Aldus schendt het de in het middel vermelde wets-bepaling.

Het middel is gegrond.

Omvang van de cassatie

4. De onwettigheid van de beslissing tot uitstel als maatregel die de tenuitvoer-legging van de bijkomende straf van het verval van het recht tot sturen treft, brengt de vernietiging mee van de beslissingen over die straf en de strafmaat, gelet op het verband tussen de strafmaat en deze maatregel.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser voor het feit B veroordeelt tot een verval van het recht tot sturen.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 53,13 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 7 januari 2014 uitgesproken door afdelings-voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Verval van het recht tot sturen

  • Uitstel van tenuitvoerlegging