- Arrest van 8 januari 2014

08/01/2014 - P.13.1935.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verbod om van een telecommunicatie kennis te nemen of om een telecommunicatie op te nemen, is niet van toepassing op de persoon die als deelnemer aan die communicatie, de inhoud ervan opneemt met of zonder toestemming van zijn gesprekspartner (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2014, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1935.F

I. J. V.,

Mrs. Quentin Dufrane, advocaat bij de balie te Bergen, en Corisande Van Heurck, advocaat bij de balie te Brussel,

II. S. R.,

Mrs. Bernard Popyn, advocaat bij de balie te Bergen, en Corisande Van Heurck, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 november 2013.

De eisers voeren ieder in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie identieke middelen aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 3 januari 2014 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 8 januari 2014 heeft raadsheer Pierre Cornelis verslag uit-gebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De eerste twee middelen samen

Het verbod om van een telecommunicatie kennis te nemen of een telecommunica-tie op te nemen is niet van toepassing op de persoon die als deelnemer aan die communicatie de inhoud ervan opneemt, met of zonder toestemming van zijn ge-sprekspartner.

Wanneer de telecommunicatie niet is opgenomen op verzoek van een politieamb-tenaar, kan een dergelijke opname niet beschouwd worden als een oneigenlijk ge-bruik van de procedure die in de artikelen 90ter tot 90decies Wetboek van Straf-vordering is bepaald.

Noch de artikelen 6 tot 8 EVRM, noch artikel 314bis Strafwetboek, verbieden de aanwending van die opname als bewijs, door de persoon die, wanneer hij het be-staan verneemt van een misdaad of van een wanbedrijf, zich van zijn plicht kwijt de procureur des Konings daarvan te berichten.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Derde middel

De aantasting van de betrouwbaarheid van het bewijs is slechts een grond tot af-wijzing ervan als ze te wijten is aan de onwettigheid of onregelmatigheid van de daad die de bewijsverkrijging mogelijk heeft gemaakt.

De kamer van inbeschuldigingstelling, die de door de eiser opgeworpen betwisting van nietigheid had afgewezen, diende geen uitspraak te doen over de be-trouwbaarheid van de opgenomen verklaringen, aangezien de beoordeling daarvan niet valt onder het toezicht dat zij krachtens artikel 235bis Wetboek van Strafvor-dering moet uitoefenen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 8 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Geheim van privé-communicatie en -telecommunicatie

  • Verbod op afluisteren

  • Toepassing

  • Opname door een particulier die aan het gesprek deelneemt

  • Opname buiten medeweten van de gesprekspartner

  • Geoorloofd karakter