- Arrest van 10 januari 2014

10/01/2014 - C.13.0123.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een overeenkomst verschillende bepalingen bevat die, volgens de bedoeling van de partijen, geen onsplitsbaar geheel vormen, heeft de nietigheid van een van de bepalingen niet automatisch de nietigheid van de gehele overeenkomst tot gevolg (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0123.F

1. D. J., advocaat,

2. G. D., advocaat,

3. G. L., advocaat,

als curatoren van het faillissement van Forges de Clabecq nv,

4. CLABECQ COORDINATION CENTER nv,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. BELGISCHE MAATSCHAPPIJ VOOR DE FINANCIERING VAN DE NIJVERHEID (BELFIN nv), in vereffening,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. BNP PARIBAS FORTIS nv,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

3. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 oktober 2012.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 13 december 2013 ter griffie een con-clusie neergelegd.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Derde onderdeel

Krachtens artikel 1172 Burgerlijk Wetboek is iedere voorwaarde die bestaat in iets dat onmogelijk is of met de goede zeden strijdig is of door de wet verboden, nietig en maakt zulks de overeenkomst die ervan afhangt, nietig.

Daaruit volgt dat, wanneer een overeenkomst verschillende bepalingen bevat die, volgens de bedoeling van de partijen, geen onsplitsbaar geheel vormen, de nietig-heid van een van de bepalingen niet automatisch de nietigheid van de gehele over-eenkomst tot gevolg heeft.

Het arrest stelt vast dat de aan Forges de Clabecq nv toegekende kredieten tot doel hadden programma's voor de aanschaf van materiaal te financieren en dat "die kredieten beheerst worden door de algemene en bijzondere voorwaarden van een bestek, waarvan artikel 2 bepaalt dat de SNCI het krediet kan opzeggen en de onmiddellijke terugbetaling ervan kan eisen indien de onderneming haar staats-waarborg verliest. De hypothecaire waarborgen en de staatswaarborg zijn opge-nomen in een rubriek ‘Waarborg', die niet samenvalt met de rubriek ‘Doel'".

Het arrest overweegt wat volgt :

- "de staatswaarborg is slechts een van de toebehoren van de hoofdkredietover-eenkomst, die ook belangrijke hypotheken bevat. De staatswaarborg vult die zakelijke zekerheden slechts aan. Bovendien volgt uit de tekst zelf van de le-ningen die zijn gesloten tussen de SNCI en Forges de Clabecq dat het hoofddoel van die leningen niet erin bestond de staatswaarborg na te streven of te verkrijgen maar de aankoop van materiaal te financieren, zoals vermeld staat in de rubriek ‘Doel' van die overeenkomsten. De curatoren, die de oorzaak die zij aanvoeren moeten aantonen, bewijzen in elk geval het tegendeel niet";

- "het verkrijgen van de staatswaarborg is dus enkel een voorwaarde voor het toekennen van het krediet en mag niet worden verward met de hoofdreden waarom de partijen de overeenkomsten hebben gesloten";

- "uit artikel 2 van het bestek van de SNCI volgt dat het eventuele verlies van de staatswaarborg enkel de mogelijkheid biedt om de lening op te zeggen, maar geen uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde is die voor beide partijen bindend is. Die waarborg kan bijgevolg niet worden aangemerkt als een essentiële en doorslaggevende voorwaarde voor het verlenen van het krediet, aangezien het voortbestaan van die lening niet in gevaar wordt gebracht door het verlies van de staatswaarborg die, overigens, slechts aanvullend is";

- "er kan niet worden betoogd dat de staatswaarborg de doorslaggevende reden was waarom die overeenkomsten zijn gesloten. Om dezelfde redenen kan de eis van de SNCI om de staatswaarborg in juli 1996 te behouden, niet worden beschouwd als de doorslaggevende reden voor de herschikking van de verval-dagen van de betalingen";

- "uit geen enkel aan het hof [van beroep] voorgelegd stuk volgt dat de partijen (Forges de Clabecq, SNCI en Belgische Staat) de gemeenschappelijke wil heb-ben geuit dat de hoofdovereenkomst en de twee zekerheden één onsplitsbaar geheel zouden vormen en dat alle bestanddelen van dat ‘geheel' onderling afhankelijk zouden zijn, met als gevolg dat een gebrek in een van die bestanddelen noodzakelijkerwijs alle andere bestanddelen zou aantasten";

- "integendeel, uit artikel 2 van het bestek van de SNCI volgt dat het voortbestaan van de lening en van de hypothecaire waarborg niet door het verlies van de staatswaarborg in gevaar is gebracht".

Het arrest, dat op grond van een feitelijke beoordeling besluit dat de hoofdover-eenkomst en de twee zekerheden geen onsplitsbaar geheel vormden, omkleedt zijn beslissing volgens welke de onwettigheid van de staatswaarborg niet leidt tot de nietigheid van de litigieuze leningen en de zakelijke zekerheden die deze leningen waarborgen, regelmatig met redenen en verantwoordt ze naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange, Michel Lemal en Sabine Geubel en in openbare terechtzitting van 10 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verschillende bepalingen

  • Nietigheid van een bepaling

  • Geen onsplitsbaarheid