- Arrest van 13 januari 2014

13/01/2014 - C.13.0208.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 47 Arbeidsongevallenwet volgt dat de arbeidsongevallenverzekeraar tot beloop van de gedane uitkeringen en gevestigde kapitalen in de rechten treedt die het slachtoffer of zijn rechthebbenden hadden kunnen uitoefenen op grond van het gemene recht tegen de persoon die aansprakelijk is voor de schade die krachtens de Arbeidsongevallenwet wordt vergoed.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0208.N

ALLIANZ BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

1. W.,

2. ALGEMEEN ZIEKENHUIS KLINA vzw, met zetel te 2930 Brasschaat, Augustijnslei 100,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woon-plaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 november 2012.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 21 oktober 2013 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Ontvankelijkheid

1. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel aan: het middel laat na artikel 28 Arbeidsongevallenwet als geschonden aan te duiden.

2. De eiseres komt op tegen de afwijzing van haar vordering die strekt tot ver-goeding van schade als gevolg van de medische behandeling van de letsels we-gens het arbeidsongeval van het slachtoffer.

3. Artikel 28 Arbeidsongevallenwet dat de getroffene recht geeft op de medi-sche kosten ten aanzien van de arbeidsongevallenverzekeraar, is vreemd aan de grief.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

4. Krachtens artikel 47, eerste lid en tweede lid, Arbeidsongevallenwet kunnen de verzekeringsonderneming en het Fonds voor arbeidsongevallen een rechtsvor-dering instellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke tot beloop van de krachtens artikel 46, § 2, eerste lid, gedane uitkeringen, de ermee overeenstem-mende kapitalen, alsmede de bedragen en kapitalen bedoeld bij de artikelen 51bis, 51ter en 59quinquies. Zij kunnen die burgerlijke vordering instellen op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden en worden gesubrogeerd in de rechten die de getroffene of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding overeenkom-stig artikel 46, § 2, eerste lid, krachtens het gemene recht, hadden kunnen uitoefe-nen.

Hieruit volgt dat de arbeidsongevallenverzekeraar tot beloop van de gedane uitke-ringen en gevestigde kapitalen in de rechten treedt die het slachtoffer of zijn rechthebbenden hadden kunnen uitoefenen op grond van het gemene recht tegen de persoon die aansprakelijk is voor de schade die krachtens de Arbeidsongeval-lenwet wordt vergoed.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres te-rugbetaling vordert van haar uitgaven die de schade dekken voortvloeiend uit de hersenbloeding die het slachtoffer kreeg bij de behandeling van de letsels veroor-zaakt bij het arbeidsongeval van 25 januari 2008.

6. De appelrechters stellen vast dat het slachtoffer bij het arbeidsongeval van 25 januari 2008 een polsbreuk opliep en bij de behandeling van dit letsel een her-senbloeding kreeg.

Zij oordelen dat de hersenbloeding geen arbeidsongeval was omdat deze zich voordeed op een ogenblik dat het slachtoffer niet onder het gezag van zijn werk-gever stond en de uitvoering van de arbeidsovereenkomst op het ogenblik van de medische behandeling geschorst was, ook al betreft het een ongeval dat een bij het eerder arbeidsongeval opgelopen letsel nadelig zou hebben beïnvloed.

7. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de eiseres geen recht van verhaal heeft op grond van artikel 47 Arbeidsongevallenwet tegen de aansprake-lijke voor de hersenbloeding, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols

K. Moens

B. Wylleman

G. Jocqué

K. Mestdagh

B. Deconinck

Vrije woorden

  • Vordering van de arbeidsongevallenverzekeraar tegen de voor het ongeval aansprakelijke derde