- Arrest van 13 januari 2014

13/01/2014 - C.13.0359.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 19.1 en 19.3.3° Wegverkeersreglement volgt dat de voorrang die de bestuurder die naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten, moet verlenen aan het tegenliggend verkeer, blijft duren tijdens de gehele duur van zijn rijbeweging, mits de komst van dat verkeer niet onvoorzienbaar is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0359.N

AVIS BELGIUM nv, met zetel te 1140 Evere, Kolonel Bourgstraat 122, bus 7,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 6 december 2012.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 18 november 2013 verwe-zen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 19.1 Wegverkeersreglement moet de bestuurder die naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten, zich vooraf ervan vergewissen dat hij dit kan doen zonder gevaar voor de andere weggebruikers.

2. Krachtens artikel 19.3.3° Wegverkeersreglement moet deze bestuurder voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten.

Hieruit volgt dat de voorrang die de bestuurder die naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten, moet verlenen aan het tegenliggend verkeer, blijft duren tijdens de gehele duur van zijn rijbeweging, mits de komst van dat verkeer niet onvoor-zienbaar is.

3. De appelrechters oordelen dat:

- de bestuurder M. volgens zijn verklaring de intentie had om de links in zijn rij-richting gelegen parking op te rijden;

- hij volgens dezelfde verklaring onmiddellijk is gestopt iets over de helft van de rijbaan toen hij het tegenliggend voertuig bestuurd door D. opmerkte;

- ook de bestuurder D. bevestigde dat het voertuig M. heeft geremd en tot stil-stand is gekomen;

- de eiseres niet aantoont dat de stilstand van het voertuig M. de normale door-gang van het voertuig D. op enigerlei wijze belemmerde, laat staan D. nood-zaakte tot een nooduitwijkmanoeuvre naar rechts.

4. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat geen inbreuk op artikel 19.3.3° Wegverkeersreglement in hoofde van M. bewezen is, zonder na te gaan of de komst van het voertuig D. voor hem onvoorzienbaar was, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, rechtszit-ting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck

Vrije woorden

  • Artikel 19.3

  • Draagwijdte

  • Verandering van richting