- Arrest van 14 januari 2014

14/01/2014 - P.13.1591.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij volgt dat de beslissing van de Hoge Commissie tot Bescherming van de Maatschappij tot het laten uitvoeren van een risicotaxatie en de beslissing tot weigering van uitgangspermissies niet vatbaar zijn voor cassatieberoep (1). (1) Cass. 2 juni 2009, AR P.09.0586.N, AC 2009, nr. 367; Cass. 2 juni 2009, AR P.09.0735.N, AC 2009, nr. 368.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1591.N

C A J N,

geïnterneerde,

eiser,

met als raadsman mr. Michiel Van Kelecom, advocaat bij de balie te Hasselt, met kantoor te 3520 Zonhoven, Kortestraat 28, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de hoge commissie tot be-scherming van de maatschappij van 5 september 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Krachtens artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij kan cassatieberoep worden ingesteld tegen een door de hoge commissie tot bescherming van de maat-schappij (hierna: hoge commissie) genomen beslissing die de beslissing tot afwij-zing van het verzoek tot invrijheidstelling van de geïnterneerde bevestigt of die het verzet van de procureur des Konings tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de geïnterneerde gegrond verklaart.

2. Uit die bepaling volgt dat de beslissingen tot het laten uitvoeren van een ri-sicotaxatie en tot weigering van uitgangspermissies, niet vatbaar zijn voor cassa-tieberoep.

In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvanke-lijk.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 5.1 en 5.4 EVRM.

3. Volgens artikel 5.1 EVRM mag niemand van zijn vrijheid worden beroofd, behalve onder meer in het geval van een rechtmatige gevangenhouding van een geesteszieke en dit langs wettelijke weg.

Volgens artikel 5.4 EVRM heeft eenieder die door gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrij-heidstelling beveelt, indien de gevangenhouding onrechtmatig is.

De commissies tot bescherming van de maatschappij en de hoge commissie zijn de nationale instanties die een geïnterneerde daadwerkelijke rechtshulp kunnen bieden om hem te beschermen tegen een schending van artikel 5.1 EVRM.

Zij oordelen onaantastbaar of de gevangenhouding van een geïnterneerde on-rechtmatig is. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit zijn vaststellingen geen ge-volgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.

4. De hoge commissie grondt haar oordeel omtrent eisers verzoek tot invrij-heidstelling mede op de overweging dat "hij op 27 maart 2013 (werd) vrijgespro-ken inzake verdachtmakingen aangaande drugs". Die vaststelling kan onmogelijk de beslissing van de hoge commissie verantwoorden.

Middelen

5. De middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Omvang van de cassatie

6. De hierna uit te spreken cassatie van de beslissing over eisers invrijheidstel-ling brengt ook de cassatie mee van de beslissingen tot het laten uitvoeren van een risicotaxatie en tot weigering van uitgangspermissies, ook al is het cassatieberoep daartegen onontvankelijk, wegens het nauwe verband tussen de beide beslissin-gen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde beslissing.

Verwijst de zaak naar de hoge commissie voor de bescherming van de maat-schappij, anders samengesteld.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 14 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Beslissing tot het laten uitvoeren van een risicotaxatie

  • Beslissing tot afwijzing van het verzoek tot uitgangspermissies

  • Cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid