- Arrest van 15 januari 2014

15/01/2014 - P.13.1110.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het is de beklaagde in correctionele zaken niet toegestaan om als cassatiemiddel nietigheden uit de procedure in eerste aanleg aan te wenden die hij voor het hof van beroep niet heeft opgeworpen, met uitzondering van de nietigheid wegens onbevoegdheid (1). (1) Zie Cass. 8 sep. 1987, AR 1299, AC 1987-88, nr. 12.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1110.F

DEUTSCHER ADRESSDIENST GmbH, vennootschap naar Duits recht,

Mrs. Olivier d'Ursel en Marie-Françoise Dubuffet, advocaten bij de balie te Brus-sel,

tegen

1. LA MAISON DIETETIQUE SANTE BEAUTE, bvba, e.v.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 14 mei 2013.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de tegen de eiseres ingestelde strafvordering

Eerste middel

De drie onderdelen samen

Naar luid van artikel 2 van de wet van 29 april 1806, dat de maatregelen voor-schrijft met betrekking tot de procedure in criminele en correctionele zaken, is het de beklaagde in correctionele zaken niet toegestaan om, als cassatiemiddel, nie-tigheden aan te wenden uit de procedure in eerste aanleg die hij niet heeft opge-worpen voor het hof van beroep, met uitzondering van de nietigheid wegens on-bevoegdheid.

De eiseres duidt de correctionele rechtbank ten grieve te hebben bevolen dat het debat op 16 september 2011 zou worden heropend om het openbaar ministerie de mogelijkheid te bieden een nota neer te leggen, hoewel ze niet aanwezig was en evenmin werd vertegenwoordigd, en vervolgens het vonnis te hebben uitgespro-ken zonder haar de gelegenheid te geven daarop te antwoorden. Het middel voert aan dat de rechtbank aldus het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdedi-ging heeft miskend en artikel 190 Wetboek van Strafvordering heeft geschonden.

Uit de stukken van de rechtspleging, met name de conclusie die namens de eiseres op de rechtszitting van 5 mei 2013 is neergelegd, blijkt niet dat de hierboven sa-mengevatte grief voor het hof van beroep is aangevoerd.

Het middel, dat geen verband houdt met de bevoegdheid inzake de rechtspleging voor de eerste rechter en dat niet werd voorgelegd aan het rechtscollege dat het bestreden arrest heeft gewezen, is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de burger-lijke rechtsvorderingen van de verweerders

(...)

Tweede middel

(...)

Tweede onderdeel

Het arrest wordt ten grieve geduid dat het de eiseres veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding die naar billijkheid wordt vastgesteld tot herstel van de ma-teriële en morele schade samen van de eerste, vierde en negende verweerder, zon-der vast te stellen dat het onmogelijk is de schade van de partijen anders te bepa-len.

De rechter die een schade ex aequo et bono vergoedt, dient vast te stellen dat het onmogelijk is de schade nauwkeuriger te bepalen. Dat is het logisch gevolg van de regel die stelt dat de schadelijder recht heeft op de volledige vergoeding van zijn schade en dat die schade in concreto moet worden begroot.

De bovenvermelde verplichting geldt dus voor het geval waarin de partijen een berekeningswijze hebben voorgesteld die volgens het rechtscollege niet kan wor-den aangenomen.

De eiseres voert niet aan dat uit de stukken van de rechtspleging niet blijkt dat de partijen het hof van beroep een andere wijze van berekening van de schade hebben voorgesteld dan die welke het arrest in aanmerking heeft genomen.

Het onderdeel kan bijgevolg niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 15 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Middel betreffende de rechtspleging in eerste aanleg

  • Middel werd niet aan de appelrechter voorgelegd

  • Ontvankelijkheid