- Arrest van 16 januari 2014

16/01/2014 - F.13.0003.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Elke registratie op een papieren of elektronische drager die deel uitmaakt van de administratie van de douaneautoriteit, waarbij met zekerheid het exacte bedrag van de douaneschuld tegenover een douaneschuldenaar wordt vastgesteld, is te beschouwen als een boeking in de zin van artikel 217.1 Communautair Douanewetboek; geen enkele bepaling verzet zich er tegen dat de douaneautoriteit, nadat een douaneschuld globaal werd geboekt zonder dat daarbij met zekerheid het exacte bedrag van de douaneschuld tegenover een of meerdere schuldenaars kan worden bepaald, zij door middel van een boeking exact het bedrag aan verschuldigde rechten individueel tegenover de douaneschuldenaar of –schuldenaars vaststellen.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0003.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de gewestelijk direc-teur der Douane en Accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2060 Antwerpen, El-lermanstraat 21, Noordstergebouw,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. MANET IMPORT SL, vennootschap naar Spaans recht, met zetel te ES-08040 Mercabarna (Spanje), Longitudinal 6- n° 82 Edif Frimercat 1 Despacho 11, met keuze van woonplaats bij gerechtsdeurwaarder Georges Courboin, met kantoor te 2018 Antwerpen, Broederminstraat 40,

verweerster,

met als raadsman mr. Michel Cornette, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 59, bus 1,

2. LIFELINE CRITICAL LOGISTICS nv, met zetel te 1931 Zaventem, Brucargo Building 701,

verweerster,

met als raadsman mr. Dirk Van Belle, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Napelsstraat 32-34, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 februari 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 24 september 2013 een schriftelijke con-clusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan het arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

Ontvankelijkheid

1. Anders dan de eerste verweerster voorhoudt, heeft de eiser voor de appel-rechters wel degelijk aangevoerd dat de beschikking van 1 maart 2005 als een boeking kan worden beschouwd.

De grond van niet-ontvankelijkheid moeten worden verworpen.

Gegrondheid

2. Artikel 217.1 en 2 van de Verordening nr. 2913/92 van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, hierna Communautair Doua-newetboek, bepaalt: "1. Elk bedrag aan rechten bij invoer of aan rechten bij uit-voer dat voortvloeit uit een douaneschuld, hierna ‘bedrag aan rechten' genoemd, dient door de douaneautoriteiten te worden berekend zodra deze over de nodige gegevens beschikken en dient door deze autoriteiten in de boekhouding of op iedere andere drager die als zodanig dienst doet, te worden geregistreerd (boeking) [...]. 2. De lidstaten stellen nadere voorschriften vast voor de boeking van de bedragen aan rechten. Deze voorschriften kunnen verschillen naar gelang de doua-neautoriteiten, rekening houdend met de omstandigheden waaronder de douane-schuld is ontstaan, er al dan niet verzekerd van zijn dat de genoemde bedragen zullen worden betaald."

Artikel 221.1 Communautair Douanewetboek bepaalt: "Het bedrag van de rechten dient onmiddellijk na de boeking op een daartoe geëigende wijze aan de schuldenaar te worden meegedeeld."

3. Het Hof van Justitie oordeelt bij arrest van 8 november 2012, in de zaak KGH Belgium, C-351/11, als volgt:

- artikel 217.2 Communautair Douanewetboek, dat geen nadere voorschriften en dus ook geen technische of vormelijke minimumvereisten voor de boeking in de zin van die bepaling bevat, laat het aan de lidstaten over de nadere voor-schriften voor de boeking van de uit een douaneschuld voortvloeiende bedra-gen aan rechten vast te stellen, zonder dat deze lidstaten verplicht zijn nadere voorschriften voor deze boeking in hun nationale wetgeving op te nemen;

- deze boeking moet evenwel zodanig worden verricht dat de bevoegde douane-autoriteiten het exacte bedrag aan rechten bij invoer of bij uitvoer dat voort-vloeit uit een douaneschuld, registreren in de boekhouding of op iedere andere drager die als zodanig dienst doet, opdat met name de boeking van de betrok-ken bedragen met zekerheid kan worden vastgesteld, ook ten aanzien van de schuldenaar;

- de aard van de drager van de boeking is niet relevant, mits het exacte bedrag aan rechten daarin wordt opgenomen;

- volgens artikel 221.1 Communautair Douanewetboek moet de mededeling van het in te vorderen bedrag aan rechten zijn voorafgegaan door de boeking ervan door de douaneautoriteiten van de betrokken lidstaat en kan dit bedrag bij ge-breke aan boeking overeenkomstig artikel 217.1 Communautair Douanewet-boek niet worden ingevorderd door deze autoriteiten;

- indien het geboekte bedrag onjuist is, is ook het meegedeelde bedrag onjuist, maar de douaneautoriteiten kunnen dit bedrag in de boekhouding rectificeren en de schuldenaar een nieuwe mededeling toesturen.

4. Elke registratie op een papieren of elektronische drager die deel uitmaakt van de administratie van de douaneautoriteit, waarbij met zekerheid het exacte bedrag van de douaneschuld tegenover een douaneschuldenaar wordt vastgesteld, is dan ook te beschouwen als een boeking in de zin van artikel 217.1 Communau-tair Douanewetboek.

Geen enkele bepaling verzet zich er tegen dat de douaneautoriteit, nadat een dou-aneschuld globaal werd geboekt zonder dat daarbij met zekerheid het exacte be-drag van de douaneschuld tegenover een of meerdere schuldenaars kan worden bepaald, zij door middel van een boeking exact het bedrag aan verschuldigde rechten individueel tegenover de douaneschuldenaar of -schuldenaars vaststellen.

5. De verplichting dat de door artikel 221.1 Communautair Douanewetboek bedoelde mededeling van het in te vorderen bedrag aan rechten moet zijn vooraf-gegaan door de boeking ervan door de douaneautoriteit, sluit niet uit dat de door artikel 217.1 Communautair Douanewetboek bedoelde boeking en deze medede-ling geschieden door middel van eenzelfde drager.

6. Een door artikel 211 Algemene Wet Douane en Accijnzen bedoelde be-schikking waarbij een reeds eerder globaal geboekte douaneschuld individueel per douaneschuldenaar of -schuldenaars wordt bepaald zodat met zekerheid per schuldenaar het exacte bedrag aan rechten wordt vastgesteld en die aan de betrok-kene wordt ter kennis gebracht, zodat zij het in artikel 211 bedoelde administratief beroep kunnen instellen, kan worden beschouwd als een boeking in de zin van ar-tikel 217.1 Communautair Douanewetboek en een mededeling in de zin van arti-kel 221.1 Communautair Douanewetboek.

7. Uit het arrest blijkt dat:

- de tweede verweerster in de periode van juli 2003 tot april 2004 zeven aan-giften IM4 heeft opgemaakt en bij het daartoe bevoegde douanekantoor te Antwerpen D heeft ingediend voor het in het verbruik stellen van bevroren garnalen, met telkens een certificaat FORM A ter bevestiging van de oorsprong uit Maleisië, teneinde zo te kunnen genieten van het preferentieel tarief in ver-band met de rechten bij invoer;

- deze goederen bestemd waren voor de eerste verweerster;

- uit gegevens verstrekt naar aanleiding van een door de Europese Commissie - OLAF georganiseerde missie blijkt dat de voormelde certificaten van oor-sprong FORM A niet aanvaardbaar zijn omdat de garnalen niet van Maleisische oorsprong zouden zijn, maar wel van Chinese oorsprong;

- er een boeking gebeurd op de fiche 1552B op 13 januari 2005 voor een bedrag van 538.789,42 euro die werd opgenomen in de afzonderlijke boekhouding van de gewestelijke directeur Antwerpen onder dossiernummer 2005/816/0079, waarbij de appelrechters oordelen dat uit geen enkel stuk of gegeven blijkt hoe dit bedrag is samengesteld zodat niet kan worden opgemaakt of de boeking be-trekking heeft op de douaneschuld van de verweersters;

- bij beschikking van 1 maart 2005 van de gewestelijke directeur der douane en accijnzen te Antwerpen de beide verweersters werden verzocht om een bedrag van 45.464,41 euro aan invoerrechten te betalen;

- bij beslissing van 5 februari 2009 het administratief beroep tegen de be-schikking van 1 maart 2005 ongegrond werd verklaard en deze beschikking werd bevestigd.

8. De eiser heeft voor de appelrechters aangevoerd dat na de boeking van de douaneschuld op de fiche 1552B op 13 januari 2005 de douaneschuld geïndividu-aliseerd werd geboekt op 1 maart 2005.

De appelrechters die deze aanvoering verwerpen op de enkele grond dat "de op-neming van het bedrag aan rechten in de beschikking van 1 maart 2005 (waarbij het bedrag van de douaneschuld aan (...) werd meegedeeld, niet (kan) beschouwd worden als een boeking die de mededeling voorafgaat", verantwoorden die be-slissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daar omtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

F. Van Volsem G. Jocqué B. Deconinck

Vrije woorden

  • Douaneschuld

  • Invordering

  • Vereisten

  • Boeking van de douaneschuld