- Arrest van 16 januari 2014

16/01/2014 - F.12.0129.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Om de termijn om een jurisdictioneel beroep in te stellen te doen ingaan, moet de kennisgeving van de beslissing van de Vlaamse regering over het administratief beroep van de belastingplichtige tegen de leegstandheffing, het bestaan vermelden van een jurisdictioneel beroep bij de rechter en de modaliteiten ervan (1). (1) Zie concl. O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0129.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, ten verzoeke van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kabinet te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

VAMOSS nv, met zetel te 3500 Hasselt, Zavelvennestraat 139,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 13 oktober 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 25 juni 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Vierde onderdeel

1. Krachtens het hier toepasselijke artikel 39, § 2, Leegstandsdecreet kan de belastingplichtige binnen 30 dagen na de verzending van de aanslag, met een ge-motiveerd verzoekschrift in beroep gaan bij de Vlaamse regering. Die neemt een beslissing binnen drie maanden na de verzendingsdatum van het beroepschrift. Wordt het beroep ingewilligd dan beslist de Vlaamse regering of de heffing ge-heel of gedeeltelijk niet verschuldigd is, dan wel of het gebouw en/of de woning wordt geschrapt van de lijst.

2. Krachtens het hier toepasselijke artikel 2 van het decreet van de Vlaamse Raad van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse regering wordt voor de toepassing van dit decreet verstaan onder:

- bestuursdocument: alle beschikbare informatie in geschreven, visuele, auditieve of geautomatiseerde vorm, opgesteld door of in opdracht van de diensten, waaruit hetzij een bestuursbeslissing blijkt, hetzij een handeling blijkt die tot een bestuursbeslissing heeft bijgedragen;

- diensten: de administraties van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of de van de Vlaamse Gemeenschap en van het Vlaamse Gewest afhangende in-stellingen, als bedoeld in artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Krachtens het hier toepasselijke artikel 13, § 1 van het decreet van de Vlaamse Raad van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse regering moeten de bedoelde be-stuursbeslissingen van de diensten, met individuele strekking, die beogen rechts-gevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur uit-drukkelijk in een bestuursdocument dat de akte uitmaakt, worden gemotiveerd; het bestuursdocument vermeldt tevens de eventuele mogelijkheid tot beroep, als-mede de modaliteiten hiervan.

3. Uit de samenhang van die wetsbepalingen volgt dat de kennisgeving van de beslissing van de Vlaamse regering over het administratief beroep van de belas-tingplichtige tegen de leegstandheffing het bestaan van een jurisdictioneel beroep bij de rechter en de modaliteiten ervan moet vermelden.

4. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat op de eiser geen verplichting rustte om in de kennisgeving van de beslissing van de Vlaamse regering, waarin het be-zwaarschrift werd afgewezen, de belastingplichtige te informeren over de moge-lijkheid om een jurisdictioneel beroep in te stellen bij de rechter, faalt naar recht.

Eerste tot en met derde onderdeel

5. De onderdelen die in hun geheel ervan uitgaan dat de termijn om een juris-dictioneel beroep in te stellen een aanvang had genomen vanaf de kennisgeving, zijn volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde afwezigheid van verplichting om bij de kennisgeving de belastingplichtige te informeren over de mogelijkheid om jurisdictioneel beroep in te stellen en de modaliteiten ervan te vermelden, zijn niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 186,64 euro en voor de verweerster op 139,08 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 16 januari 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Vlaams Gewest

  • Leegstandsheffing

  • Administratief beroep

  • Kennisgeving van de beslissing

  • Ontbreken van de verhaalsmogelijkheden