- Arrest van 20 januari 2014

20/01/2014 - C.11.0778.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verkeersongeval bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek is het ongeval dat een verkeersrisico betreft waarin transportmiddelen, voetgangers of dieren betrokken zijn, bedoeld in het Wegverkeersreglement en dat zich voordoet op de openbare weg, op terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen (1). (1) Zie concl. in Pas. 2014, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0778.F

AXA BELGIUM nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. F. B.,

2. ETHIAS nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dinant van 8 juni 2011.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 2 januari 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

De zaak werd bij beschikking van de eerste voorzitter van 9 januari 2014 verwe-zen naar de derde kamer.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert een middel aan dat luidt als volgt.

Geschonden wettelijke bepalingen

- De artikelen 6, 568, eerste lid, en 601bis van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis heeft vastgesteld dat "dit geschil betrekking heeft op een skiongeval dat zich op 13 maart 2009 rond 14 uur 30 heeft voorgedaan op een piste van het Zwitserse station Anzère", en het beslist dat "de politierechtbank bevoegd was" kennis te nemen van de zaak, op grond dat:

"De eiseres de door haar voor de politierechtbank opgeworpen exceptie van onbevoegdheid rationae materiae opnieuw in hoger beroep aanvoert omdat ze van oordeel is dat een skiongeval niet onder de toepassing van artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek valt;

Een recente beslissing leert ons het volgende:

‘Een skiongeval is een verkeersongeval in de zin van artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek. Het betreft immers een onvoorziene gebeurtenis, waarbij personen worden gekwetst of zaken worden beschadigd, die het gevolg is van het beurtelings, al dan niet vrijwillig, bewegen en tot stilstand komen' (vertaling) (Rb. Neufchâteau, 25 juni 2010, J.L.M.B., 2011, p. 263).

Dat vonnis preciseert:

‘Volgens die wetsbepaling, "neemt de politierechtbank kennis, ongeacht het bedrag, van alle vorderingen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval zelfs indien het zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek". Het begrip ‘verkeersongeval' moet ruim worden geïnterpreteerd (Cass., 28 oktober 1998, J.L.M.B., 1999, p. 143).

Zo kan het verkeersongeval worden gedefinieerd als elke onvoorziene gebeurtenis, waarbij personen worden gekwetst of zaken worden beschadigd, die het gevolg is van het beurtelings, al dan niet vrijwillig, bewegen en tot stilstand komen' (vertaling) (Th. Papart, "Accident de la circulation: nouvelle auberge espagnole juridique", J.L.M.B., 2004, p. 132)'".

Grieven

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van alle vorderingen, behalve die welke rechtstreeks voor het hof van beroep en het Hof van Cassatie komen. Van die regel wordt slechts afgeweken wanneer een vordering onder de uitsluitende bevoegdheid van een ander rechtscollege valt.

Dat geldt voor de politierechtbank die bij artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek een uitsluitende bevoegdheid krijgt toegekend om kennis te nemen, ongeacht het bedrag, van alle vorderingen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval of een treinongeval zelfs indien het zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek.

Het begrip "verkeersongeval" heeft in de zin van die bepaling betrekking op een wegverkeersongeval waarbij middelen van vervoer te land of voetgangers of dieren betrokken zijn die de openbare weg gebruiken, zelfs als een dergelijk ongeval zich heeft voorgedaan op niet-openbare terreinen die evenwel openstaan voor een bepaald aantal personen, voor zover een middel van vervoer te land erbij betrokken is.

Daaruit volgt dat het begrip "vordering tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval" in de zin van artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek vereist dat de schade ontstaan is uit een verkeersongeval, namelijk een wegverkeersongeval waarbij middelen van vervoer of voetgangers of dieren betrokken zijn, bedoeld in het wegverkeersreglement van 1 december 1975 en dat betrekking heeft op de risico's van het wegverkeer, ongeacht of de ongevallen zich hebben voorgedaan op voor het publiek toegankelijke terreinen of niet-openbare terreinen die evenwel openstaan voor een bepaald aantal personen.

Een skiongeval dat zich op een skipiste heeft voorgedaan, is geen wegverkeersongeval waarbij middelen van vervoer te land of voetgangers of dieren betrokken zijn, bedoeld in het wegverkeersreglement van 1 december 1975 en dat betrekking heeft op de risico's van het wegverkeer, zodat het bestreden vonnis zijn beslissing dat de politierechtbank in eerste aanleg bevoegd was om kennis te nemen van de vergoeding van schade ontstaan uit een dergelijk ongeval, niet naar recht verantwoordt (schending van de artikelen 568, eerste lid, en 601bis van het Gerechtelijk Wetboek).

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek mogen de rechters in de zaken die aan hun oordeel onderworpen zijn, geen uitspraak doen bij wege van algemene en als regel geldende beschikking.

De beslissing van het bestreden vonnis om het middel van de eiseres te verwerpen dat de politierechtbank (burgerlijke afdeling) niet bevoegd was, aangezien het een skiongeval en geen verkeersongeval betreft in de zin van artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek, steunt enkel op een alleenstaand vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Neufchâteau van 25 juni 2010 waarvan het de redenen weergeeft.

Zodoende verleent het vonnis aan dat precedent een algemene en regelgevende draagwijdte, in weerwil van artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek (schending van die bepaling).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Artikel 601bis Gerechtelijk Wetboek, in de op het geschil toepasselijke versie, bepaalt dat de politierechtbank kennisneemt, ongeacht het bedrag, van alle vorde-ringen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval zelfs indien het zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek.

Het verkeersongeval bedoeld in die bepaling is het ongeval dat een verkeersrisico betreft waarin transportmiddelen, voetgangers of dieren betrokken zijn, bedoeld in het Wegverkeersreglement, en dat zich voordoet op de openbare weg, op terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen.

Het bestreden vonnis stelt vast dat het door de eerste verweerster aangevoerde on-geval bestaat uit een ongeval waarbij twee skiesters bij het afdalen van een skipiste met elkaar in botsing zijn gekomen.

Een dergelijk ongeval maakt geen deel uit van de verkeersrisico's.

Het bestreden vonnis dat beslist dat het een verkeersongeval betreft, schendt de voornoemde bepaling.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Verwijzing

In toepassing van artikel 660 Gerechtelijk Wetboek verwijst het Hof de zaak naar de bevoegde rechtbank.

Aangezien de betwisting, krachtens artikel 568, eerste lid, van hetzelfde wetboek, behoort tot de algemene bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg, moest de rechtbank van eerste aanleg te Dinant over de zaak zelf beslissen en daartegen staat hoger beroep open overeenkomstig artikel 1070 van dat wetboek.

De zaak moet dus naar die rechtbank worden verwezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dinant, anders samenge-steld, om over de zaak zelf uitspraak te doen waartegen hoger beroep openstaat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange, Michel Delange, Michel Lemal en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 20 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Politierechtbank

  • Verkeersongeval