- Arrest van 21 januari 2014

21/01/2014 - P.12.1003.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 194 Gemeentedecreet, dat tot doel heeft te vermijden dat een inwoner namens de gemeente lichtzinnig een burgerlijke rechtsvordering zou instellen, volgt dat bij het instellen van dergelijke rechtsvordering, de eiser moet aanbieden om persoonlijk de kosten te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep en dat, om dat aanbod sterk te maken, hij effectief een zekerheid moet stellen; deze vereiste een zekerheid te stellen is geen ontvankelijkheidsvereiste, maar leidt tot de schorsing van de rechtspleging teneinde de eiser toe te laten daaraan te voldoen wanneer dit als exceptie wordt opgeworpen (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1003.N

F D C,

burgerlijke partij namens de gemeente Westerlo,

eiser,

tegen

1. R A V,

beklaagde,

2. F L R V,

beklaagde,

3. G M R V H,

beklaagde,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 7 mei 2012 gewezen na verwijzing door het Hof bij arrest van 11 januari 2011.

In een memorie die aan dit arrest is gehecht, voert de eiser een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Tweede onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 194 Gemeentedecreet: het ar-rest oordeelt dat eisers burgerlijke rechtsvordering ingesteld namens de gemeente Westerlo niet ontvankelijk is daar op het ogenblik dat ze aanhangig werd gemaakt, eisers aanbod onder zekerheidstelling onvoldoende was; de bij artikel 194 Gemeentedecreet bepaalde zekerheidstelling is geen ontvankelijkheidsvereiste, maar kan enkel leiden tot een exceptie die de rechtspleging schorst zolang daaraan niet is voldaan.

2. Artikel 194 Gemeentedecreet, in de hier toepasselijke versie, bepaalt: "Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad niet in rechte op-treden, kunnen een of meer inwoners in rechte optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidsstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken."

3. Uit deze bepaling, die tot doel heeft te vermijden dat een inwoner namens de gemeente lichtzinnig een burgerlijke rechtsvordering zou instellen, volgt dat bij het instellen van dergelijke rechtsvordering, de eiser moet aanbieden om persoon-lijk de kosten te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep en dat, om dat aanbod sterk te maken, hij effectief een zekerheid moet stellen.

De vereiste een zekerheid te stellen is geen ontvankelijkheidsvoorwaarde, maar leidt tot de schorsing van de rechtspleging teneinde de eiser toe te laten daaraan te voldoen wanneer dit als exceptie wordt opgeworpen.

4. Het arrest stelt vast dat de eiser bij conclusie een aanbod heeft gedaan om de kosten te dragen en in te staan voor de eventuele schadevergoeding die kan worden uitgesproken en dat het niet geldig was daar ze niet werd gedaan bij het aanhangig maken van de rechtsvordering. Het oordeelt verder dat er een absolute afwezigheid is van enige concrete zekerheidstelling, alsmede dat een formeel aan-bod de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep evenzeer ontbreekt. Op grond van die redenen besluit het arrest tot de niet-ontvankelijkheid van eisers burgerlijke rechtsvordering, zonder de rechtspleging te schorsen teneinde de eiser de gelegenheid te bieden aan de wettelijke vereisten te voldoen. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond.

Eerste onderdeel

5. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeft het onderdeel geen antwoord.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Veroordeelt de verweerders tot de kosten van het cassatieberoep.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 165,80 euro waarvan 135,80 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Gemeente

  • Optreden in rechte door een of meer inwoners namens de gemeente

  • Zekerheidstelling

  • Begrip

  • Doel

  • Aard