- Arrest van 21 januari 2014

21/01/2014 - P.14.0005.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 15.1, eerste lid, Terugkeerrichtlijn en 7, derde lid, Vreemdelingenwet, die een beperking van de persoonlijke vrijheid meebrengen en derhalve van strikte uitlegging zijn, blijkt dat teneinde de vreemdeling naar de grens terug te leiden, en met in achtneming van het subsidiariteitsbeginsel, hij enkel kan vastgehouden worden wanneer er een risico op onderduiken bestaat of wanneer de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0005.N

S D,

vreemdelinge, vastgehouden,

eiseres,

met als raadsman mr. Dirk Geens, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Lange Lozanastraat 24, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 51, voor wie optreedt de fod Binnenlandse Zaken, dienst Vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59B,

ambtshalve tussenkomende partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 december 2013.

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 15.1 van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna Terugkeerrichtlijn) en artikel 7, derde lid, Vreemdelingenwet, alsmede miskenning van de motiveringsverplichting: het arrest bevestigt de bestreden beslissing, alhoewel niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 7, derde lid, Vreemdelin-genwet, namelijk dat de vasthouding is ingegeven door een risico op onderduiken of dat de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingspro-cedure ontwijkt of belemmert; het arrest beantwoordt dit verweer niet, ook niet met overname van de redenen van het advies van het openbaar ministerie.

2. Artikel 15.1, eerste lid, Terugkeerrichtlijn bepaalt: "Tenzij in een bepaald geval andere afdoende maar minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, kunnen de lidstaten de onderdaan van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt alleen in bewaring houden om zijn terugkeer voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren, met name indien:

a) er risico op onderduiken bestaat, of

b) de betrokken onderdaan van een derde land de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert".

Krachtens artikel 7, derde lid, Vreemdelingenwet, kan de vreemdeling, teneinde hem naar de grens terug te leiden, en tenzij andere afdoende maar minder dwin-gende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, vastgehouden worden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel, meer in het bijzonder wanneer er een risico op onderduiken bestaat of wanneer de vreem-deling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert, en zonder dat de duur van de vasthouding twee maanden te boven mag gaan.

3. Uit die bepalingen die een beperking van de persoonlijke vrijheid meebren-gen en derhalve van strikte toepassing zijn, blijkt dat teneinde de vreemdeling naar de grens terug te leiden, en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, hij enkel kan vastgehouden worden wanneer er een risico op onderduiken bestaat of wanneer de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijde-ringsprocedure ontwijkt of belemmert.

4. Het arrest oordeelt met overname van de redenen van het advies van het openbaar ministerie dat de volgende omstandigheden waarop de administratieve beslissing is gegrond, de maatregel van vrijheidsberoving wettigen:

- de eiseres verblijft op Schengengrondgebied zonder een geldig visum;

- de eiseres wordt geacht de openbare orde opnieuw te kunnen schaden; ze heeft zich reeds schuldig gemaakt aan huisdiefstal en achterlaten van een kind, feiten waarvoor zij op 08 augustus 2013 door de correctionele rechtbank te Mechelen werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar;

- de eiseres kan met haar eigen middelen niet wettelijk vertrekken.

Die redenen alleen, die op zich geen verband houden met het risico op onderdui-ken of de ontwijking of belemmering van de voorbereiding van de terugkeer op de verwijderingsprocedure, wettigen de vrijheidsberoving niet.

Het arrest dat anders oordeelt, schendt artikel 7, derde lid, Vreemdelingenwet.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldi-gingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 125,95 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Vasthouden van de vreemdeling met het oog op terugleiding naar de grens