- Arrest van 21 januari 2014

21/01/2014 - P.13.1899.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het staat aan het onderzoeksgerecht dat de onregelmatigheid van een onderzoekshandeling vaststelt, aan de hand van de concrete omstandigheden van de zaak na te gaan of als gevolg van die onregelmatigheid, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde onherstelbaar zijn miskend en of de stukken die door die miskenning zijn verkregen, uit het strafdossier dienen verwijderd te worden (1). (1) Zie: Cass. 13 november 2012, AR P.12.1082.N, AC 2012, nr. 610 met conclusie advocaat-generaal DUINSLAEGER.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1899.N

M N J M,

beschuldigde,

eiser,

met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 november 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Onverminderd artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, is krachtens artikel 252 van hetzelfde wetboek de mogelijkheid tot het onmiddellijk instellen, vóór het eindarrest, van cassatieberoep door de beschuldigde tegen het arrest van verwijzing naar het hof van assisen, beperkt tot de in dat artikel bepaal-de gevallen.

In zoverre het cassatieberoep betrekking heeft op andere gevallen dan die waarin onmiddellijk cassatieberoep is toegelaten, is het niet ontvankelijk.

1. Het cassatieberoep is ook gericht tegen het arrest in zoverre het de beschikking tot gevangenneming van de eiser bevestigt.

Het arrest beveelt evenwel de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de gevangenneming niet.

De eiser is op dit ogenblik vrij.

In zoverre is het cassatieberoep bij gebrek aan belang evenmin ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1, 6.3.c en 13 EVRM en artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat door de afwezigheid van een advocaat bij eisers verhoren, de wedersamenstelling en de deskundigenonderzoeken, artikel 6.1 en 6.3.c EVRM niet geschonden is en verbindt aan die schending niet de nodige gevolgen; de desbetreffende stukken moeten uit het strafdossier geweerd worden, er mag geen bewijs uit geput worden en zij mogen niet worden voorgelegd aan de jury van het hof van assisen, die niet juridisch geschoold is en zijn uitspraak slechts beknopt moet motiveren.

3. Het staat aan het onderzoeksgerecht dat de onregelmatigheid van een onder-zoekshandeling vaststelt, aan de hand van de concrete omstandigheden van de zaak na te gaan of als gevolg van die onregelmatigheid, het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde onherstelbaar zijn miskend en of de stukken die door die miskenning zijn verkregen, uit het strafdossier dienen verwijderd te worden.

4. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de eiser geen bijstand van een advocaat had bij zijn verhoren door de politie en de onderzoeksrechter. Met de re-denen die het bevat, gaat het arrest niet aan de hand van de concrete gegevens van het strafdossier na of de daaruit voortvloeiende bewijselementen nietig zijn en uit het strafdossier moeten verwijderd worden wegens de miskenning van eisers recht op een eerlijk proces en recht van verdediging, maar oordeelt het enkel dat het be-kritiseerde gebrek aan bijstand destijds niet vereist of mogelijk was en er vol-doende wettelijke bepalingen bestonden die zijn bedoelde rechten waarborgden. Aldus verantwoordt het de beslissing niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Omvang van de cassatie

5. De hierna uit te spreken vernietiging brengt de vernietiging met zich mee van de beslissingen waartegen geen ontvankelijk cassatieberoep openstaat, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 140,14 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Recht op een eerlijk proces

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Vaststelling van de onregelmatigheid van een onderzoekshandeling