- Arrest van 22 januari 2014

22/01/2014 - P.13.1496.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aangezien de Wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen in werking is getreden op 2 juli 1999, kunnen die, met toepassing van artikel 2, eerste lid, van het Strafwetboek, alleen worden vervolgd voor feiten die vanaf die datum zijn gepleegd (1). (1) J. SPREUTELS, F. ROGGEN en E. ROGER France, Droit pénal des affaires, Brussel, Bruylant, 2005, p. 79.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1496.F

1. DELOITTE AND TOUCHE FIDUCIARY, burgerlijke vennootschap on-der de vorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprake-lijkheid,

2. DELOITTE AND TOUCHE MANAGEMENT SOLUTIONS nv,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 juli 2013.

De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

Vierde onderdeel

Het middel verwijt het arrest dat het niet antwoordt op de conclusie van de eiser-essen, die aanvoeren dat ze niet konden worden vervolgd aangezien ze geen enke-le daad van deelneming hadden gesteld na 2 juli 1999 en dat de vervolgende partij naliet een dergelijke daad vast te stellen.

Aangezien de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verant-woordelijkheid van rechtspersonen in werking is getreden op 2 juli 1999, kunnen deze, met toepassing van artikel 2, eerste lid, Strafwetboek, alleen worden ver-volgd voor feiten die vanaf die datum zijn gepleegd.

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon, die vervolgd wordt omdat hij zijn medewerking heeft verleend aan een misdrijf, wordt beoor-deeld op het tijdstip waarop de daad van deelneming is voltrokken.

Hoewel de eiseressen worden vervolgd wegens deelneming aan telastleggingen van misbruik van vertrouwen, oplichting en vereniging van boosdoeners, wordt het gebruik van valse stukken waarnaar het misbruik van vertrouwen en de oplich-ting verwijzen, hun niet ten laste gelegd.

Met overneming van de redenen van de eerste rechter, oordeelt het arrest in sub-stantie dat er elementen bestaan die dateren van na de inwerkingtreding van de wet tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen, op grond waarvan kan worden verondersteld dat de misdrijven die de eiseressen ten laste zijn gelegd pas na die inwerkingtreding waren voltrokken. Met eigen re-denen voegen de appelrechters daaraan toe dat de feiten van valsheid waarnaar het misbruik van vertrouwen en de oplichting verwijzen, in de veronderstelling dat ze bewezen zijn, het voorwerp zouden zijn geweest van een gebruik waarvan de gewenste uitwerking tot op de dag van vandaag voortduurt.

Noch met de hierboven vermelde overwegingen noch met enige andere overwe-ging antwoordt het arrest op de voormelde conclusie.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de strafvorde-ring die tegen beide eiseressen is ingesteld.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen, kamer van in-beschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 22 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafrechtelijke verantwoordelijkheid

  • Werking in de tijd