- Arrest van 23 januari 2014

23/01/2014 - C.12.0603.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslissing van de kortgedingrechter die de ogenschijnlijke rechten van de partijen nagaat zonder ten gronde uitspraak te doen over de rechten van partijen, houdt geen schending in van het materiële recht dat de rechter in zijn beoordeling betrekt; deze beslissing is eerst dan niet naar recht verantwoord wanneer hierin rechtsregels worden betrokken die de bevolen maatregel niet redelijk kunnen schragen (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0603.N

FXR-SERVICES sarl, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 34280 La Grande Motte (Frankrijk), Allée du Maréchal Juin 125,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

GEMEENTELIJK AUTONOOM HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, met zetel te 2000 Antwerpen, Entrepotkaai 1, Havenhuis,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I straat 3, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 augustus 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 29 oktober 2013 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid

1. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: in zoverre het middel de schending van het gezag van gewijsde van de beslissing van 29 maart 2012 aanvoert, is het nieuw.

2. Artikel 27, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de exceptie van gewijsde door de rechter niet ambtshalve mag worden opgeworpen. Daaruit volgt dat in burgerlijke zaken het gezag van gewijsde, in de regel, de openbare orde niet raakt.

3. De eiseres heeft zich voor de rechter niet beroepen op de miskenning van het gezag van gewijsde van de beschikking van 29 maart 2012.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen.

Gegrondheid

4. De beslissing van de kortgedingrechter die de ogenschijnlijke rechten van de partijen nagaat zonder ten gronde uitspraak te doen over de rechten van partijen, houdt geen schending in van het materiële recht dat de rechter in zijn beoordeling betrekt. Deze beslissing is eerst dan niet naar recht verantwoord wanneer hierin rechtsregels worden betrokken die de bevolen maatregel niet redelijk kunnen schragen.

5. De appelrechter oordeelt dat:

- krachtens artikel 13 van de Wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart de eigenaar van een gezonken vaartuig, verplicht is dit vaartuig, met inbegrip van alles wat zich aan boord bevindt of heeft bevonden, inzonderheid de lading, vlot te brengen en te verwijderen;

- de verplichting op grond van artikel 13 van deze wet om het vaartuig vlot te brengen en te verwijderen geen definitieve beoordeling van de rechtspositie van de partijen inhoudt;

- de vorming van het limitatiefonds met toepassing van het Verdrag betreffende de beperking van de aansprakelijkheid inzake zeevorderingen, opgemaakt te Londen op 19 november 1976, daaraan geen afbreuk doet, aangezien de pro-blematiek van de beperking van de aansprakelijkheid, het voorwerp zal zijn van een debat ten gronde.

6. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 623,49 euro en voor de verweerster op 419,98 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 23 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Bevoegdheid van de rechter

  • Ogenschijnlijke rechten van de partijen

  • Schip

  • Scheepvaart

  • Zeevaart

  • Binnenvaart