- Arrest van 23 januari 2014

23/01/2014 - C.13.0114.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Tot de zelfstandigheid van de zaak volgens artikel 1110, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, behoort ieder element dat de dwalende partij er hoofdzakelijk heeft toe bewogen om de overeenkomst te sluiten, derwijze dat zonder dit element de overeenkomst niet zou zijn tot stand gekomen (1); een dwaling hieromtrent leidt enkel tot de nietigheid van de overeenkomst indien de medecontractant van dit element kennis had of hierop redelijkerwijze had moeten bedacht zijn. (1) Zie Cass. 3 maart 1967, AC 1967, 829; Cass. 27 okt. 1995, AR C.95.0002.F, AC 1995, nr. 456; Cass. 24 sept. 2007, AR C.05.0246.F, AC 2007, nr. 426; Cass. 14 jan. 2013, AR C.10.0661.N, AC 2013, nr. 23.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0114.N

H R,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. N D,

2. A B,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 november 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. De eiseres voert in essentie aan dat de appelrechters artikel 1110 Burgerlijk Wetboek schenden door de verkoopovereenkomst van het onroerend goed nietig te verklaren wegens dwaling omtrent de zelfstandigheid van de zaak omdat de kopers de bedoeling hadden in het goed een horecazaak uit te baten en dit niet mogelijk bleek, zonder vast te stellen dat de eiseres van deze bedoeling op de hoogte was of hoorde te zijn.

2. Volgens artikel 1110, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, is dwaling enkel een oorzaak van de nietigheid van de overeenkomst wanneer zij de zelfstandigheid van de zaak betreft die het voorwerp van de overeenkomst uitmaakt.

Tot de zelfstandigheid van de zaak behoort ieder element dat de dwalende partij er hoofdzakelijk heeft toe heeft bewogen om de overeenkomst te sluiten, derwijze dat zonder dit element de overeenkomst niet zou zijn tot stand gekomen.

Een dwaling hieromtrent leidt enkel tot de nietigheid van de overeenkomst indien de medecontractant van dit element kennis had of hierop redelijkerwijze had moe-ten bedacht zijn.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiseres op 16 december 2008 een onroerend goed te Beerse verkocht aan de verweerders;

- de kopers een krediet hadden aangevraagd met het oog op de uitbating van een horecazaak;

- het onroerend goed het uitzicht heeft van een café-uitbating;

- tot 2004 in het pand ook effectief een horecazaak werd uitgebaat;

- de verweerders op 1 april 2009 aan de eiseres lieten weten van het verlijden van de notariële koopakte af te zien omdat de vereiste vergunningen ontbraken.

4. De appelrechters die vaststellen dat de verweerders het pand hadden aange-kocht met de bedoeling hierin een horecazaak uit te baten en dit niet mogelijk bleek omdat het pand in agrarisch gebied lag en die oordelen dat de omstandig-heid dat het pand het uitzicht had van een horecazaak en tot voor kort ook als dusdanig werd uitgebaat, tot gevolg had dat de eiseres de verplichting had de kopers te informeren over de stedenbouwkundige toestand, geven aldus te kennen dat de eiseres redelijkerwijze diende te weten dat de mogelijkheid het pand als horecazaak uit te baten voor de kopers van doorslaggevend aard kon zijn en verantwoorden hun beslissing dat de overeenkomst nietig is wegens dwaling dan ook naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 896,33 euro en voor de verweerders op 184,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 23 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaar-digd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Dwaling

  • Zelfstandigheid van de zaak