- Arrest van 24 januari 2014

24/01/2014 - C.10.0252.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 149 van de Grondwet legt de rechter enkel de naleving op van een vormvereiste dat niets te maken heeft met de waarde van de redenen van de vonnissen en arresten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0252.F

V. M.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken,

Mr Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 december 2009.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Het arrest overweegt dat "geen enkele internationale of nationale op deze zaak toepasselijke bepaling de hoven en rechtbanken machtigt aan een illegaal verblij-vende vreemdeling een verblijfsrecht te erkennen of te verlenen, noch, bijgevolg, te bevelen dat het door de bevoegde openbare overheid wordt erkend of verleend, al was het voorlopig".

Met die redenen beantwoordt het de conclusie van de eiseres die zich beriep op een subjectief recht op gezondheid en motiveert het zijn beslissing dat de hoven en rechtbanken geen rechtsmacht hebben om van de vordering van de eiseres ken-nis te nemen. Op grond van die reden kan tegen de beslissing een middel afgeleid uit de miskenning van een grondregel worden aangevoerd en kan het Hof van Cassatie de wettigheid toetsen.

Bijgevolg schendt het arrest artikel 149 Grondwet niet, dat de rechter enkel de na-leving oplegt van een vormvereiste die niets te maken heeft met de waarde van de redenen van de vonnissen en arresten.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare te-rechtzitting van 24 januari 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwerp