- Arrest van 28 januari 2014

28/01/2014 - P.13.1505.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de omstandigheid alleen dat de inventaris van het strafdossier onvolledig of gebrekkig zou zijn, kan geen miskenning van het recht van verdediging en ook geen schending van artikel 6 EVRM worden afgeleid wanneer de beklaagde kennis heeft gekregen van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor zijn verweer en effectief tegenspraak heeft kunnen voeren over de gegevens waarop de beslissing steunt (1). (1) Cass. 25 april 1978, AC 1978, 977; Cass. 14 januari 2014, AR P.13.1332.N, AC 2014, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1505.N

I

M O S, alias F D,

beklaagde, gedetineerd,

eiser,

met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel.

II

A D, alias A D, alias M S,

beklaagde, gedetineerd,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, vakantiekamer, van 9 juli 2013.

De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiser II voert geen middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest spreekt de eiser I vrij voor de telastleggingen B.II en C.VIII en spreekt de eiser II vrij voor de telastleggingen A.VIII, A.IX en C.VIII.

In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 423 Wetboek van Strafvordering en artikel 124 Tarief Strafzaken, alsmede miskenning van het recht van verdediging: in antwoord op eisers verweer dat het strafdossier niet-geïnventariseerde stukken bevat, zodat er geen sprake is van een eerlijk proces en dat de strafvordering moet worden afgewezen, oordeelt het arrest dat de bepa-lingen die de griffier verplichten een inventaris van de processtukken op te stellen niet op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, dat de omstandigheid dat aan het strafdossier gevoegde stukken niet geïnventariseerd zijn niets afdoet aan de bewijswaarde ervan en dat eisers rechten op generlei wijze beperkt zijn nu hij tot aan de sluiting van het debat op ieder ogenblik de inhoud van het aan de appel-rechters voorgelegde strafdossier heeft kunnen nagaan; aldus miskent het arrest eisers recht van verdediging omdat niet kan uitgemaakt worden wanneer en hoe bepaalde stukken bij het dossier van de rechtspleging zijn gevoegd en of zij al dan niet uit het debat zijn geweerd; het arrest laat niet toe te controleren welke stukken en welke informatie tijdens het debat al dan niet aan tegenspraak werden onder-worpen en of de appelrechters enkel rekening hebben gehouden met aan tegen-spraak onderworpen stukken.

3. Artikel 423 Wetboek van Strafvordering en artikel 124 Tarief Strafzaken betreffen ambtsverplichtingen van de griffier met betrekking tot de inventarisatie van stukken. Die bepalingen zijn vreemd aan de vraag of het recht van verdedi-ging wordt miskend door de aanwezigheid van niet-geïnventariseerde stukken in het strafdossier.

In zoverre het middel schending van die bepalingen aanvoert, faalt het naar recht.

1. Uit de omstandigheid alleen dat de inventaris van het strafdossier onvolledig of gebrekkig zou zijn, kan geen miskenning van het recht van verdediging en ook geen schending van artikel 6 EVRM worden afgeleid wanneer de beklaagde kennis heeft gekregen van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor zijn verweer en effectief tegenspraak heeft kunnen voeren over de gegevens waarop de beslissing steunt.

In zoverre faalt het middel naar recht.

2. In zijn beroepsconclusie heeft de eiser aangevoerd dat bepaalde door hem aangewezen stukken niet waren geïnventariseerd. Bijgevolg heeft de eiser die stukken kunnen inzien en er tegenspraak over voeren, ongeacht de vraag hoe en wanneer zij bij het strafdossier werden gevoegd. De appelrechters die hun oordeel op die stukken steunen, miskennen eisers recht van verdediging niet.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

3. Met het oordeel dat de eiser op ieder ogenblik de inhoud van het aan de ap-pelrechters voorgelegde strafdossier heeft kunnen nagaan, geeft het arrest te ken-nen dat de appelrechters voor hun oordeelsvorming enkel hebben gesteund op aan tegenspraak onderworpen stukken. Aldus miskennen zij evenmin eisers recht van verdediging, maar verantwoorden zij integendeel hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 152,41 euro waarvan de eiser I 76,20 euro ver-schuldigd is en de eiser II 76,21 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, en de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 28 januari 2014 uitgesproken door afdelings-voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Lievens

P. Hoet L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Strafdossier

  • Inventarisatie van stukken