- Arrest van 28 januari 2014

28/01/2014 - P.12.1524.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet dat bepaalt dat de vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, noch enige andere wetsbepaling, laten die bijzondere bewijswaarde van deze vaststellingen afhangen van het overleggen van de testfoto (1). (1) Zie Cass. 3 juni 2003, AR P.03.0153.N, AC 2003, nr. 333.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1524.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE MECHELEN,

eiser,

tegen

K V E,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Mechelen van 22 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel in zijn geheel

1. De onderdelen voeren schending aan van artikel 62 Wegverkeerswet en ar-tikel N1, 2.1, van de bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 be-treffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen ge-bruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten, evenals miskenning van de motiveringsplicht: het bestreden vonnis oordeelt dat de testfoto, die het bewijs levert van de correcte opstelling van de radarsnelheidsmeter niet bij het dossier is gevoegd, zodat niet kan worden nagegaan of parasitaire reflecties effectief zijn uitgesloten; het oordeelt ook dat het nemen van testfoto's niet iedere mogelijkheid van parasitaire reflecties uitsluit; de vaststellingen zijn gesteund op materiële bewijsmiddelen van bemande automatisch werkende toestellen, die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen; geen wettelijke bepaling verplicht om de testfoto bij het dossier te voegen (eerste onderdeel); de testfoto bewijst overigens niet de correcte opstelling van de snelheidsmeter (tweede onderdeel); het bestreden vonnis gaat ten onrechte ervan uit dat het nazicht van de testfoto een essentieel onderdeel is van de controle op de regelmatigheid van de procedure en de vaststellingen (derde onderdeel); geen enkele wettelijke bepaling verplicht de verbalisanten te vermelden dat nazicht werd gedaan naar parasitaire reflecties en dat er geen werden vastgesteld (vierde onderdeel); gelet op de bijzondere bewijswaarde van het aanvankelijk proces-verbaal bewijzen het proces-verbaal en het niet-vermelden van mogelijke parasitaire reflecties dat de verbalisanten nazicht deden naar parasitaire reflecties en er geen hebben vastgesteld; een loutere veronderstelling dat gelet op de aanwezigheid van een vangrail parasitaire reflecties niet zomaar kunnen worden uitgesloten, ontkracht de bijzondere bewijswaarde van de vaststellingen niet; het feit dat de verbalisanten ervan uitgaan dat een vangrail geen aanleiding kan geven tot een dergelijk fenomeen, omdat het oppervlak te klein en bolvormig is, is geen bewijs dat ze geen nazicht hebben gedaan.

1. Artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt: "De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten".

2. Die bepaling noch enige andere wetsbepaling laten die bijzondere bewijs-waarde van deze vaststellingen afhangen van het overleggen van de testfoto. De bijzondere bewijswaarde van de vaststellingen gesteund op materiële bewijsmid-delen die door een automatisch werkend toestel wordt opgeleverd zoals bepaald in artikel 62, tweede lid, voormeld, kan immers slechts worden weerlegd door een sluitend tegenbewijs.

3. Artikel N1, 2.1, van de bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten bepaalt:

"Gebruikers- en installatiehandboek

De toestellen moeten geïnstalleerd en gebruikt worden in overeenstemming met de handboeken die aangeleverd worden door de constructeur en die goedgekeurd zijn samen met het toestel, ter gelegenheid van de modelgoedkeuring."

4. Uit deze bepalingen noch uit enige andere wetsbepaling volgt dat een test-foto bij het dossier moet worden gevoegd en essentieel is voor de controle op de regelmatigheid van de procedure van vaststellingen. Die bepalingen vereisen evenmin dat een testfoto noodzakelijk is om elke ongewenste reflectie uit te slui-ten of dat de verbalisanten in hun proces-verbaal moeten vermelden dat nazicht werd gedaan naar parasitaire reflecties en er geen hebben vastgesteld.

5. Het bestreden vonnis oordeelt dat :

- het nazicht van de testfoto's een essentieel onderdeel vormt van de controle op de regelmatigheid van de procedure en de vaststellingen;

- de testfoto, die het bewijs levert van de correcte opstelling van de radarsnel-heidsmeter, niet bij het dossier is gevoegd, zodat noch de verdediging noch de rechtbank kan nagaan of in casu parasitaire reflecties uitgesloten zijn;

- de eerste rechter terecht heeft geoordeeld dat de eiser op grond van twijfel dient te worden vrijgesproken.

6. Door de bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal te verwerpen op grond van deze redenen, schendt het bestreden vonnis artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet en is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigd vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Antwerpen, rechtszitting hou-dend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 90,26 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 28 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Lievens

P. Hoet F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Vaststellingen door bemande automatisch werkende toestellen

  • Bijzondere bewijswaarde

  • Voorwaarde

  • Testfoto