- Arrest van 29 januari 2014

29/01/2014 - P.13.1491.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In geval van overtreding tegen de verpakkingsheffing, moet op de overtreder, in de regel, een geldboete van vijf- tot tienmaal de ontdoken rechten worden toegepast; het arrest, dat de beklaagde veroordeelt tot een geldboete gelijk aan vijfmaal de ontdoken accijnsrechten, wegens overtredingen inzake douane en accijnzen en inzake de verpakkingsheffing, en dat daarbij nalaat rekening te houden met de verpakkingsheffingen bij de berekening van de ontdoken rechten waardoor de verschuldigde geldboete met toepassing van een vermenigvuldigingsfactor kan worden vastgesteld, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht (1). (1) Raoul Declercq, Cassation en matière répressive, Bruylant, 2006, n° 946. Het Hof is weliswaar van die regel afgeweken wat de fiscale geldboete betreft, maar enkel als die onwettig bij de gemeenrechtelijke sanctie is gevoegd. (Ibidem, n° 955, p. 551). Zie ook Cass. 21 juni 2005, AR P.05.0247.N, AC 2005, nr. 361, waar het Hof het bestreden arrest heeft vernietigd, maar alleen in zoverre dat arrest het bedrag van de toepasselijke, enige, geldboete bepaalt. Het onderhavige arrest is geen wijziging van de rechtspraak aangezien in de zaak uit 2005 de geldboete een vast bedrag was, terwijl in deze zaak de bodemrechter het bedrag diende vast te stellen met toepassing van een vermenigvuldigingsfactor in verhouding tot de ontdoken rechten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1491.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

F. F.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 15 mei 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

De eiser verwijt de appelrechters dat ze de verweerder hebben veroordeeld tot een geldboete gelijk aan vijfmaal de ontdoken accijnsrechten, maar verzuimd hebben die vermenigvuldiging ook toe te passen op de verpakkingsheffingen, terwijl ze in de zaak de toepassing aannemen van artikel 45 van de wet van 22 december 2009 betreffende de regeling inzake accijnzen.

Uit die bepaling en uit artikel 398bis van de gewone wet van 16 juli 1993 tot ver-vollediging van de federale staatsstructuur, zoals gewijzigd bij de programmawet-ten van 22 december 2003 en 27 december 2012, volgt dat in geval van overtre-ding tegen de verpakkingsheffing, de overtreder, in de regel, een geldboete van vijf- tot tienmaal de ontdoken rechten wordt opgelegd.

Het arrest, dat nalaat rekening te houden met de verpakkingsheffingen bij de bere-kening van de ontdoken rechten waarmee de verschuldigde geldboete met toepas-sing van een vermenigvuldigingsfactor kan worden vastgesteld, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Het tweede onderdeel van het middel, dat niet tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord.

De geldboete is een bestanddeel van de opgelegde straf, zodat de onwettigheid zich uitstrekt tot de gehele straf en tot de bijdrage aan het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Er is daarentegen geen grond om de vernietiging uit te breiden tot de beslissing waarbij de appelrechters het misdrijf bewezen hebben verklaard, wanneer de vernietiging, zoals te dezen, wordt uitgesproken om een reden die geen verband houdt met de redenen van die beslissing.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is, behoudens de onwettigheid die hierna ongedaan moet worden gemaakt, overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het arrest in zoverre het uitspraak doet over de gehele straf en over de bijdrage aan het Bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke ge-welddaden.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder tot de helft van de kosten van het cassatieberoep en de eiser tot de andere helft.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 29 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Milieutaks

  • Overtredingen inzake douane en accijnzen en tegen de verpakkingsheffing

  • Geldboete

  • Berekeningswijze