- Arrest van 29 januari 2014

29/01/2014 - P.13.1797.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het onmiddellijk cassatieberoep van de inverdenkinggestelde tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat, in zijn uitspraak over het hoger beroep van de eiser tegen een door de onderzoeksrechter met toepassing van artikel 61quinquies, §§1 tot 3, van het Wetboek van Strafvordering gewezen beschikking, vaststelt dat de eiser zijn verzoekschrift buiten de termijn had ingediend die in artikel 127, §§2 en 3, van dat wetboek is bepaald, de beroepen beschikking die het verzoekschrift nochtans ontvankelijk had verklaard vernietigt, het verzoekschrift niet-ontvankelijk verklaart, verklaart dat er geen grond is om uitspraak te doen over de gegrondheid ervan en het hoger beroep afwijst van de eiser, is niet ontvankelijk.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1797.F

I. R. W.,

II. J.-Cl. V. C.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen twee arresten, respectievelijk met de num-mers 669 en 670 van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, van 8 oktober 2013.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De twee cassatieberoepen, waarvan de stukken tegelijk voor het Hof zijn overge-legd, dienen samengevoegd te worden.

De bestreden arresten doen uitspraak over de hogere beroepen van de eisers tegen twee beschikkingen van de onderzoeksrechter die, ten aanzien van elk van beiden, uitspraak doen met toepassing van artikel 61quinquies, § 1 tot 3, Wetboek van Strafvordering.

De kamer van inbeschuldigingstelling stelt vast dat de eisers hun verzoekschrift hadden ingediend buiten de in artikel 127, § 2 en 3, van dat wetboek bepaalde termijn.

Hoewel de onderzoeksrechter die verzoeken ontvankelijk had verklaard, heeft de kamer van inbeschuldigingstelling de beroepen beschikkingen vernietigd, de ver-zoekschriften niet-ontvankelijk verklaard, verklaard dat er geen grond is om uit-spraak te doen over de gegrondheid ervan en het hoger beroep van de eisers afge-wezen.

Dergelijke beslissing is geen eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.

Ze houdt ook geen verband met de gevallen bedoeld in het tweede lid van dat ar-tikel, ondanks de verwijzing naar artikel 235bis Wetboek van Strafvordering on-der de toegepaste wettelijke bepalingen.

Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling een beschikking van de onder-zoeksrechter over een verzoek tot het voeren van een aanvullend onderzoek nietig verklaart, doet ze immers geen uitspraak over een grond van nietigheid, niet-ontvankelijkheid of verval van de strafvordering, noch over een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid als bedoeld in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering of met betrekking tot de beschikking tot verwijzing.

Artikel 416, tweede lid, van dat wetboek heeft niet tot doel om een onmiddellijk cassatieberoep in te voeren tegen de beslissingen van de kamer van inbeschuldi-gingstelling die, bij de uitspraak over het hoger beroep tegen een beschikking van de onderzoeksrechter, die beschikking vernietigt en door haar eigen beslissing vervangt ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep.

De cassatieberoepen zijn voorbarig en dus niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 29 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Luc Van hoogen-bemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Gerechtelijk onderzoek

  • Regeling van de rechtspleging

  • Inverdenkinggestelde

  • Verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen

  • Termijnen

  • Onderzoeksrechter

  • Beschikking

  • Verzoekschrift ontvankelijk maar niet gegrond

  • Hoger beroep van de inverdenkinggestelde

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Arrest

  • Verzoekschrift niet ontvankelijk

  • Cassatieberoep van de inverdenkinggestelde

  • Ontvankelijkheid