- Arrest van 4 februari 2014

04/02/2014 - P.13.0992.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De werkgever in de overheidssector die ingevolge de fout van een derde, krachtens de op hem rustende wettelijke of reglementaire verplichtingen, de wedde en de op die wedde rustende bijdragen moet doorbetalen zonder arbeidsprestaties te ontvangen, is gerechtigd op schadevergoeding voor zover hij hierdoor schade lijdt, nu het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting immers niet uitsluit dat schade, in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek ontstaat, tenzij wanneer, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van diegene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten (1). (1) Cass. 30 mei 2011, AR C.09.0499.N, AC 2001, nr. 361, met concl. adv.-gen. Mortier.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0992.N

ETHIAS VERZEKERINGEN, met zetel te 4000 Luik, rue des Croisiers 24,

burgerlijke partij,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

B A,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 april 2013.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Eerste Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, artikel 41 Wet Landverzekeringsovereenkomst en artikel 14, § 3, Ar-beidsongevallenwet Overheidspersoneel: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de eiseres slechts aanspraak kan maken op een vergoeding berekend op basis van het nettoloon van de getroffene.

2. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.

De werkgever in de overheidssector die ingevolge de fout van een derde, krach-tens de op hem rustende wettelijke of reglementaire verplichtingen, de wedde en de op die wedde rustende bijdragen moet doorbetalen zonder arbeidsprestaties te ontvangen, is gerechtigd op schadevergoeding voor zover hij hierdoor schade lijdt.

Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek ontstaat tenzij wanneer, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor reke-ning moet blijven van diegene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten.

Het recht op vergoeding van de werkgever voor de schade die hij lijdt ingevolge de arbeidsongeschiktheid van zijn personeelslid, is niet beperkt tot het bedrag van de vergoeding die aan het slachtoffer zelf verschuldigd zou zijn voor de naar ge-meen recht vastgestelde arbeidsongeschiktheid.

3. Krachtens artikel 41, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst treedt de verzekeraar die de schadevergoeding betaald heeft, ten belope van het bedrag van die vergoeding in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke derden.

4. Uit de samenhang tussen deze bepalingen volgt dat de verzekeraar die aan de publieke werkgever dekking verleent voor de wedde en de op die wedde rus-tende bijdragen die hij ingevolge de fout van een derde krachtens de op hem rus-tende wettelijke of reglementaire verplichtingen moet doorbetalen aan een perso-neelslid zonder arbeidsprestaties te ontvangen, als gesubrogeerde in de rechten van deze werkgever haar uitgaven kan terugvorderen van de aansprakelijke.

5. De appelrechters oordelen dat:

- de verweerder op 3 januari 2011 opzettelijke slagen heeft toegebracht aan E P, inspecteur bij de lokale politiezone Kempenland;

- deze politiezone het loon en de hierop rustende sociale lasten heeft betaald zonder arbeidsprestaties te ontvangen van E P.

6. De appelrechters die oordelen dat de eiseres slechts beschikt over de subro-gatoire vordering bepaald in artikel 14, § 3, Arbeidsongevallenwet Overheidsper-soneel en zij slechts vergoeding kan vorderen van de aansprakelijke ten belope van het netto-loon van het slachtoffer, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering van de eiseres tot vergoeding van het door haar uitbetaald loon en de daarop rustende lasten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder tot de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 235,81 euro waarvan 200,81 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszit-ting van 4 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch G. Jocqué P. Maffei

Vrije woorden

  • Publieke werkgever

  • Arbeidsongeschiktheid van een personeelslid

  • Fout van een derde

  • Recht op vergoeding

  • Principe

  • Beperking