- Arrest van 4 februari 2014

04/02/2014 - P.14.0172.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een verzoek tot uitlevering houdt niet in dat de straf waarop dat verzoek betrekking heeft, ten uitvoer wordt gelegd in de zin van artikel 6, 3‹, Wet Europees Aanhoudingsbevel.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0172.N

A S, alias B f, alias B A, alias S A, alias S A, alias S S, alias A S,

persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 23 januari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 6, 3°, en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel ne bis in idem en het recht van verdediging: het arrest bevestigt de uitvoerbaarverklaring van een Europees aanhoudingsbevel uit Italië, dat werd uitgevaardigd ter uitvoe-ring van een gevangenisstraf die aan de eiser werd opgelegd voor feiten waarvoor hij eveneens bij definitief vonnis in Albanië werd veroordeeld; Albanië heeft ook een uitleveringsverzoek aan België gericht ter uitvoering van de daar uitgesproken straf; dat verzoek is een daad van tenuitvoerlegging van die straf in de zin van ar-tikel 6, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel, zodat het onderzoeksgerecht dient na te gaan of er grond bestaat tot het toepassen van de in die bepaling opgenomen facultatieve weigeringsgrond; een kopie van dat uitleveringsverzoek, met de Fran-se vertaling, ontbreekt evenwel in het dossier, zodat dit dossier onvolledig is.

2. Artikel 6, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerleg-ging van het Europees aanhoudingsbevel kan worden geweigerd "ingeval uit de gegevens waarover de rechter beschikt, blijkt dat in een Staat die geen lid is van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken persoon wegens dezelfde feiten een definitief vonnis is uitgesproken, op voorwaarde dat in geval van veroordeling, de straf is ondergaan, thans ten uitvoer wordt gelegd of krachtens de wetgeving van die Staat niet meer ten uitvoer kan worden gelegd."

1. Anders dan waarvan het middel uitgaat, houdt een verzoek tot uitlevering niet in dat de straf waarop dat verzoek betrekking heeft, ten uitvoer wordt gelegd in de zin van die bepaling.

In zoverre faalt het middel naar recht.

2. Voor het overige is het middel geheel afgeleid uit die onjuiste rechtsopvat-ting.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 4 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Vrije woorden

  • Facultatieve weigeringsgrond

  • Definitieve veroordeling voor dezelfde feiten in een Staat die geen Lidstaat van de Europese Unie is

  • Voorwaarde

  • Ondergane of ten uitvoer gelegde straf of straf die niet meer ten uitvoer kan worden gelegd

  • Verzoek tot uitlevering vanwege de niet-Lidstaat