- Arrest van 5 februari 2014

05/02/2014 - P.14.0058.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied is een uitvoeringsmodaliteit van de vrijheidsstraf die de strafuitvoeringsrechtbank moet toekennen wanneer de voorwaarden zijn vervuld bepaald in de artikelen 26, § 2, en 47, § 2, van de wet van 17 mei 2006; die bepalingen verbieden de rechtbank om de aanvraag te weigeren op grond van een tegenaanwijzing die daarin niet is bepaald.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0058.F

I. N.,

Mr. Pascal Quadflieg, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel van 23 december 2013.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel : schending van artikel 47, § 2, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden

De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied is een uitvoeringsmodaliteit van de vrijheidsstraf, die de strafuitvoeringsrechtbank moet toekennen wanneer de voorwaarden zijn vervuld bepaald in de artikelen 26, § 2, en 47, § 2, Wet Strafuitvoering. Die bepalingen verbieden de rechtbank om de aanvraag te weigeren op grond van een tegenaanwijzing die daarin niet is bepaald.

Het vonnis vermeldt niet dat het risico bestaat dat de veroordeelde nieuwe ernstige strafbare feiten zou plegen. Het beperkt zich integendeel ertoe te oordelen dat de rechtbank het ontbreken van een dergelijke tegenaanwijzing onmogelijk kan vaststellen omdat het psychosociaal onderzoek niet volledig is.

De rechtbank, die verklaart dat ze het toezicht niet kan uitoefenen waartoe ze bij wet gehouden is en die bijgevolg het bestaan niet vaststelt van een tegenaanwij-zing, verantwoordt haar beslissing om de voorlopige invrijheidstelling niet toe te kennen, niet naar recht.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel, anders samenge-steld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Luc Van hoogen-bemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied

  • Weigering

  • Voorwaarde

  • Tegenaanwijzingen op limitatieve wijze opgesomd in de wet