- Arrest van 6 februari 2014

06/02/2014 - C.12.0505.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een partij is enkel gedaagde in hoger beroep in de zin van artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer een hoofd- of incidenteel beroep tegen haar wordt gericht, wat impliceert dat een partij voor de appelrechter een vordering heeft ingesteld, met uitzondering van een vordering tot bindendverklaring van het arrest, waardoor zij in haar belangen kan worden geschaad (1); geen gedaagde in hoger beroep in de zin van deze bepaling is de partij die betrokken werd in het hoger beroep en tegen wie uitsluitend een voorwaardelijk hoger of incidenteel beroep werd ingesteld, waarvan de voorwaarde niet vervuld is. (1) Cass. 6 nov. 2009, AR C.08.0537.N, AC 2009, nr. 643.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0505.N

BISON nv, met zetel te 3200 Aarschot, Grote Markt 18/14,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat, 3, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. ADLINA bvba, met zetel te 3200 Aarschot, Leuvensestraat 37,

2. BRIK cva, met zetel te 1083 Ganshoren, Maria Van Hongarijelaan 69 B/3,

verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen in hoger beroep van de rechtbank van koophandel te Leuven van 24 november 2009 en 20 april 2010.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kan alleen de ge-daagde in hoger beroep incidenteel beroep instellen.

2. Een partij is enkel gedaagde in hoger beroep in de zin van deze bepaling wanneer een hoofd- of incidenteel beroep tegen haar wordt gericht, wat impliceert dat een partij voor de appelrechter een vordering heeft ingesteld, met uitzondering van een vordering tot bindendverklaring van het arrest, waardoor zij in haar be-langen kan worden geschaad.

Geen gedaagde in hoger beroep in de zin van deze bepaling is de partij die betrok-ken werd in het hoger beroep en tegen wie uitsluitend een voorwaardelijke hoger of incidenteel beroep werd ingesteld, waarvan de voorwaarde niet is vervuld.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat :

- lastens de eiseres niets werd gevorderd voorafgaand aan haar conclusie van 17 februari 2009;

- de eiseres in haar conclusie van 17 februari 2009 "incidenteel beroep" instelde;

- de eerste verweerster nadien met conclusie van 31 maart 2009 vorderde "on-dergeschikt, en enkel voor zover de rechtbank het hoger beroep van [de eiseres] per impossibile toelaatbaar zou verklaren", het incidenteel beroep van de eiseres alleszins ongegrond te verklaren;

- de tweede verweerster met conclusie van 10 maart 2009 vorderde "in onderge-schikte orde: het incidenteel beroep van tweede verweerster bij deze beroeps-conclusie ingesteld ontvankelijk en gegrond te verklaren; (...) voor de eventua-liteit dat [de eiseres] de veroordeling van [de eerste verweerster] bekomt in betaling van huurgelden/bezettingsvergoeding";

- de eiseres met de aanvullende- en syntheseconclusie van 14 april 2009 vorderde "het incidenteel beroep van [ de eiseres] ontvankelijk en gegrond te verklaren" zoals aldaar bepaald.

De appelrechters oordelen dat de eiseres geen incidenteel beroep kon instellen op 17 februari 2009 bij gebrek aan de hoedanigheid van geïntimeerde.

4. Het middel dat volledig ervan uitgaat dat de eiseres een in hoger beroep ge-daagde partij is geworden ingevolge de voorwaardelijke beroepen van de ver-weerders, terwijl de voorwaarde zich niet heeft gerealiseerd, kan niet worden aan-genomen.

Tweede middel

5. Uit het antwoord op het eerste middel blijkt dat het middel niet kan worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 898,64 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 6 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Gedaagde in hoger beroep