- Arrest van 7 februari 2014

07/02/2014 - C.12.0571.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De eiser heeft er geen belang bij kritiek uit te oefenen op het dictum van het arrest dat, in overeenstemming met zijn conclusie, het hoofdberoep en het tussenberoep die zijn ingesteld voor het hof van beroep, rechtsprekend in kort geding, ontvankelijk verklaart en zich, net als de eerste rechter, bevoegd verklaart om uitspraak te doen over de vorderingen die zijn ingesteld na ontbinding van het huwelijk (1). (1) Zie Cass. 15 nov. 2013, AR C.11.0656.F, AC nr. …; Cass. 4 okt. 2012, AR C.11.0686.F, AC, 2012, nr. 512, met concl. O.M. in Pas. 2012; onderhavig arrest bevestigt opnieuw de rechtspraak van het Hof volgens welke de eiser in cassatie geen belang erbij heeft een dictum te bekritiseren dat hem niet benadeelt, zelfs wanneer hij de miskenning van een regel van openbare orde aanvoert.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0571.F

E. D.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

I. B.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 mei 2012.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De beide onderdelen samen

Het middel verwijt het hof van beroep, rechtsprekend in kort geding, dat het de rechtsvordering van de verweerster betreffende de voorlopige maatregelen met toepassing van artikel 1280 Gerechtelijk Wetboek ontvankelijk heeft verklaard, niettegenstaande de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die in kort ge-ding uitspraak doet, en, vervolgens, het hof van beroep krachtens dat artikel niet bevoegd zijn om uitspraak te doen over de vorderingen die voor hen zijn ingesteld na de ontbinding van het huwelijk.

Het arrest stelt vast dat "het echtscheidingsvonnis is uitgesproken op 29 september 2009 en in kracht van gewijsde is gegaan".

In de aanvullende en syntheseconclusies die de eiser op 27 mei 2011 heeft neerge-legd, vordert hij dat "het hoofdberoep van [de verweerster] ontvankelijk maar niet-gegrond wordt verklaard", "[zijn] incidenteel beroep ontvankelijk en gegrond wordt verklaard" en "voor recht wordt gezegd dat [hij], voor de periode van 1 januari tot 31 december 2009, slechts 60 pct. van de buitengewone kosten voor zijn rekening hoeft te nemen en dat hij, vanaf 1 januari 2010, slechts de helft van die kosten dient te dragen".

De eiser heeft er geen belang bij kritiek uit te oefenen op de beschikking van het arrest die, in overeenstemming met zijn conclusie, het hoofdberoep en het inci-denteel beroep ingesteld voor het hof van beroep, rechtsprekend in kort geding, ontvankelijk verklaart en zich, net als de eerste rechter, bevoegd verklaart om uit-spraak te doen over de vorderingen die zijn ingesteld na de ontbinding van het huwelijk.

Geen van beide onderdelen is ontvankelijk.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Michel Lemal en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 7 februari 2014 uitge-sproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Beslissing die overeenstemt met de conclusie van de eiser