- Arrest van 7 februari 2014

07/02/2014 - C.13.0063.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Buiten het geval bepaald in artikel 735 van het Gerechtelijk Wetboek, moet de rechter, krachtens artikel 740 van dat wetboek, alle memories, nota’s of stukken die niet ten laatste tegelijk met de conclusies zijn overgelegd, ambtshalve uit het debat weren, tenzij de partij tegen wie die stukken worden aangevoerd, met de neerlegging heeft ingestemd of in het geval van de toepassing van artikel 748, §2, van dat wetboek (1). (1) Cass. 12 dec. 2005, AR S.04.0128.F, AC 2005, nr. 661.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0063.F

M. D. S.,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

G. S.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 15 oktober 2012.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in het verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Buiten het geval bepaald in artikel 735 Gerechtelijk Wetboek, moet de rechter, krachtens artikel 740 van dat wetboek, alle memories, nota's of stukken die niet ten laatste tegelijk met de conclusies zijn overgelegd, ambtshalve uit het debat weren, tenzij de partij tegen wie die stukken worden aangevoerd, met de neerleg-ging heeft ingestemd of voor het geval dat artikel 748, § 2, van dat wetboek wordt toegepast.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de laatste conclusie van de verweerster op 27 september 2011 en die van de eiser op 8 maart 2012 moesten zijn neergelegd, dat de verweerster haar conclusie heeft neergelegd op de laatste dag van de termijn, dat de pleitzitting heeft plaatsgevonden op 17 septem-ber 2012 en dat het proces-verbaal van die zitting vermeldt dat de advocaten elk een dossier met stukken neerleggen.

Het arrest, dat vaststelt dat de verweerster "alle stukken tot staving van haar in-komsten voor de jaren 2009 tot 2012 (stukken 4a, 4g, 4h et 4i)" heeft neergelegd, steunt inzonderheid op "de berekening door tax on web van de inkomsten voor 2011 (stuk 4h)" en op "de loonfiches voor de eerste acht maanden van 2012".

Uit de inventaris die gevoegd is bij de laatste conclusie van de verweerster, blijkt dat de voormelde stukken daarin niet worden opgesomd en uit de chronologie van de data blijkt dat de verweerster sommige stukken heeft medegedeeld na het ver-strijken van de termijn waarbinnen zij haar laatste conclusie moest neerleggen en mededelen.

Hoewel het arrest niet vaststelt dat de eiser ermee heeft ingestemd dat die stukken zouden worden neergelegd na het verstrijken van die termijn, weert het de voor-melde stukken niet uit het debat en schendt het bijgevolg de voormelde wetsbepa-lingen.

Het middel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van het tweede middel, dat niet kan leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Michel Lemal en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 7 februari 2014 uitge-sproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Memories, nota's of stukken

  • Te late overlegging

  • Sanctie