- Arrest van 10 februari 2014

10/02/2014 - C.13.0381.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop toepasselijke rechtsregels. Hij heeft de verplichting, mits eerbiediging van het recht van verdediging, ambtshalve de rechtsgronden op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen (1). (1) Cass. 24 maart 2006, AR C.05.0360.F, AC 2006, nr. 173; Cass. 9 mei 2008, AR C.06.0641.F, AC 2008, nr. 283.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0381.N

T.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. R.,

2. M.,

3. J.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 22 januari 2013.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 2 december 2013 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Ontvankelijkheid

1. De verweerders werpen een grond van niet-ontvankelijkheid op: de eiseres toont niet aan en maakt zelfs niet aannemelijk dat de appelrechters op grond van artikel 887 Burgerlijk Wetboek tot de nietigheid van de overeenkomst hadden dienen te besluiten. Het onderdeel is bijgevolg onduidelijk.

2. Degene die de miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel dat de rechter gehouden is het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toe-passing zijnde rechtsregel, dient niet aan te tonen dat de toepassing van die rechts-regel effectief zal leiden tot een voor hem gunstiger beslissing. Het volstaat dat de toepassing van de rechtsregel tot een voor hem gunstigere beslissing kan leiden.

3. De eiseres maakt voldoende duidelijk dat de toepassing van de artikelen 577-2, § 8, 887, 888 en 1118 Burgerlijk Wetboek tot de inwilliging van zijn vor-dering kan leiden.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

4. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop toepasselijke rechtsregels. Hij heeft de verplichting, mits eerbiediging van het recht van verdediging, ambtshalve de rechtsgronden op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen.

5. De appelrechter stelt vast dat:

- de eiseres de nietigheid vordert van de overeenkomst van 11 augustus 2006 wegens benadeling voor meer dan zeven twaalfden bij verkoop van onroerende goederen;

- de partijen "blijkens hun tegenspraak" de discussie beperkt hebben tot de be-nadeling bij de verkoop van onroerende goederen;

- nergens blijkt dat de eiseres de benadeling voor meer dan één vierde bij verdelingen heeft ingeroepen.

6. De appelrechter die oordeelt dat de overeenkomst van 11 augustus 2006 niet als een verkoop van onroerende goederen moet beschouwd worden, maar als een "afstand van rechten met declaratief karakter" en de eiseres "geen beroep heeft gedaan op de benadeling voor meer dan één vierde, zoals geregeld door de arti-kelen 887-892 Burgerlijk Wetboek", zodat de overeenkomst rechtsgeldig is, mis-kent het algemeen rechtsbeginsel dat de rechter gehouden is het geschil te be-slechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 10 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman A. Smetryns

E. Dirix

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Bevoegdheid van de rechter

  • Toepasselijk recht

  • Ambtshalve op te werpen rechtsmiddelen

  • Beschikkingsbeginsel

  • Recht van verdediging