- Arrest van 11 februari 2014

11/02/2014 - P.13.0030.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Tot de in artikel 42, 1°, Strafwetboek bedoelde zaken behoren onder meer de zaken die gediend hebben of bestemd waren voor de voorbereiding of de voltooiing van het misdrijf; onder die zaken is ook het voertuig begrepen dat de dader van de diefstal gebruikt om de goederen die hij zich reeds heeft toegeëigend, te vervoeren uit de plaats waar zij zijn ontvreemd omdat zulk vervoer immers tot de voltooiing van dat misdrijf behoort.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0030.N

S P,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Patrick Panis, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 28 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 43, eerste lid, Strafwetboek, alsmede miskenning van de motiveringsverplichting: het arrest verklaart eisers voertuig verbeurd omdat hij het heeft gebruikt om zich naar de plaats van de dief-stal te begeven en om de gestolen goederen weg te brengen; de eiser betwist dit echter en het is ook niet bewezen; het voertuig werd niet in beslag genomen we-gens feiten van diefstal, maar wel wegens feiten van heling; zelfs zo aangenomen zou worden dat de eiser het voertuig heeft gebruikt voor het plegen van diefstal-len, zijn daden verricht na de uitvoering in beginsel niet strafbaar; het arrest be-antwoordt niet eisers in beroepsconclusie aangevoerde argument dat het tegen elk rechtsgevoel indruist om de verbeurdverklaring van het voertuig uit te spreken.

2. Het arrest grondt de verbeurdverklaring van eisers voertuig, dat volgens de appelrechters gediend heeft tot en bestemd was voor het plegen van de feiten, on-der meer op de reden dat: "[De eiser] verwijst naar het misdrijf van heling doch vergeet blijkbaar dat het voertuig ook gebruikt werd bij feiten van diefstal, niet al-leen om zich naar de plaats van diefstal te begeven doch tevens om de gestolen goederen weg te brengen."

In zoverre het middel opkomt tegen dit onaantastbare oordeel van het arrest of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

3. De omstandigheid dat een voorwerp in beslag is genomen op grond van een welbepaald misdrijf, belet niet dat de rechter dat voorwerp verbeurd verklaart om-dat het ook heeft gediend voor het plegen van een ander misdrijf.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

4. Artikel 42, 1°, Strafwetboek bepaalt dat bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast op de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken en op die welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom van de veroordeelde zijn.

5. Tot de aldus bedoelde zaken behoren onder meer de zaken die gediend heb-ben of bestemd waren voor de voorbereiding of de voltooiing van het misdrijf. Onder die zaken is ook het voertuig begrepen dat de dader van de diefstal gebruikt om de goederen die hij zich reeds heeft toegeëigend, te vervoeren uit de plaats waar zij zijn ontvreemd. Dat vervoer behoort immers tot de voltooiing van dat misdrijf.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

6. Voor het overige beantwoordt het arrest met de redenen die het bevat, het bedoelde verweer van de eiser.

7. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 87,51 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 11 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem B. Deconinck P. Maffei

Vrije woorden

  • Bijzondere verbeurdverklaring

  • Zaken die het voorwerp uitmaken van het misdrijf

  • Zaken welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf

  • Begrip

  • Toepassing