- Arrest van 11 februari 2014

11/02/2014 - P.13.1720.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De veroordeling tot de betaling van de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding, die een eigen karakter heeft en geen straf is, wordt beperkt door de relatieve werking van het verzet zodat het verbod voor de rechter om de toestand te verzwaren van diegene die verzet instelt, tot gevolg heeft dat de aanvullende ambtshalve veroordeling tot die vergoeding op verzet van de beklaagde niet kan worden verhoogd (1). (1) Zie: Cass. 7 mei 2008, AR P.08.0141.F, AC 2008, nr. 27.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1720.N

I

R H M O,

beklaagde,

eiser.

II

D J A V G,

beklaagde,

eiser,

tegen

Jan MEERTS, met kantoor te 2000 Antwerpen, Mechelsesteenweg 12-6 verd., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van AMERICAN BRITISH CARS bvba, met zetel te 2170 Antwerpen (Merksem), Minister Delbekelaan 36,

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep I is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 6 februari 2013 (hierna arrest I).

Het cassatieberoep II is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 25 september 2013 (hierna arrest II).

De eiser I doet afstand van zijn cassatieberoep.

De eiser II voert geen middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest II stelt vast dat de redelijke termijn waarbinnen op de strafvorde-ring recht diende te worden gedaan, is overschreden.

In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep II bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 187 Wetboek van Strafvordering

2. De door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding is een door de rechter lastens elke veroordeelde in een criminele, correctionele of poli-tiezaak verplicht uit te spreken aanvullende veroordeling. Zij heeft een eigen ka-rakter en is geen straf.

De veroordeling tot de betaling van deze vergoeding wordt beperkt door de rela-tieve werking van het verzet. Het verbod voor de rechter om de toestand te ver-zwaren van diegene die verzet instelt, heeft tot gevolg dat de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde ambtshalve veroordeling op verzet van de beklaagde niet kan worden verhoogd.

3. Het arrest I veroordeelt de eiser II bij verstek tot de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding ten bedrage van 50,00 euro. Op het verzet van de eiser II veroordeelt het arrest II hem tot een vergoeding ten bedrage van 51,20 euro. Die verhoging van het bedrag van deze vergoeding schendt de in het middel aangehaalde wetsbepaling.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep I.

Vernietigt het bestreden arrest II in zoverre het bedrag van de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding waartoe het de eiser II veroor-deelt, 50,00 euro overschrijdt.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest II.

Verwerpt het cassatieberoep II voor het overige.

Veroordeelt de eiser I tot de kosten van het cassatieberoep I.

Veroordeelt de eiser II tot negentien twintigsten van de kosten van het cassatiebe-roep II.

Laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Bepaalt de kosten in het geheel op 390,01 euro waarvan de eiser I 249,45 euro verschuldigd is en de eiser II 140,56 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 11 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Bloch

F. Van Volsem B. Deconinck P. Maffei

Vrije woorden

  • Beslissing bij verstek

  • Strafrechtelijke veroordeling

  • Vaste vergoeding

  • Verzet van de beklaagde

  • Relatieve werking van het verzet