- Arrest van 12 februari 2014

12/02/2014 - P.14.0148.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vonnis dat, op tegenspraak gewezen, de internering van de beklaagde beveelt zonder dat hij werd bijgestaan door een advocaat, is in strijd met de wet.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0148.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE,

eiser tot nietigverklaring, op grond van artikel 441 Wetboek van Strafvordering, van een vonnis van de correctionele rechtbank te Hoei van 11 juli 2013,

in zake van

B. M.,

tegen

M. M.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Beoordeling

De eiser doet aangifte van een vonnis dat in strijd zou zijn met de wet en waarvan hij de gedeeltelijke nietigverklaring vordert in de volgende bewoordingen :

"Aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie,

De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer hierbij uiteen te zetten dat de minister van Justitie hem bij schrijven van 20 januari 2014, met kenmerk 'Directo-raat-generaal Wetgeving en Fundamentele rechten en vrijheden, Bestuur Straf-recht, Dienst beginselen van strafrecht en strafwetgeving, nr. WL31/6/CAN/806', bevel heeft gegeven om, overeenkomstig artikel 441 Wetboek van Strafvordering, bij het Hof aangifte te doen van het vonnis van de correctionele rechtbank te Hoei van 11 juli 2013, in zoverre het uitspraak doet op strafrechtelijk vlak, met name in zoverre het

- voor recht zegt dat de telastlegging B.2 van het dossier HU 43.L3.159/11 ten aanzien van de beklaagde B. M. moet worden geherkwalificeerd als volgt : 'te Wanze, op 7 oktober 2010, opzettelijke slagen en verwondingen te hebben toe-gebracht aan D. G.' (artt. 392 en 398, eerste lid, Strafwetboek) ;

- de telastlegging A.1 van het dossier HU 43.L3.159/11, de telastlegging van het dossier HU 43.L3.799/12, zoals omschreven, en de telastlegging B.2 van het dossier HU 43.L3.159/11 zoals hierboven geherkwalificeerd, ten aanzien van de beklaagde B. M. materieel bewezen verklaart ;

- vaststelt dat hij zich op het ogenblik van de feiten en nu nog steeds in een staat van geestesstoornis bevond die hem voor de controle van zijn daden ongeschikt maakt ;

- de gevaarlijkheid van de beklaagde B. M. vaststelt en zijn internering beveelt ;

- hem veroordeelt tot de vergoeding van vijftig euro (50,00 euro), bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1950 gewijzigd bij koninklijk besluit van 23 december 1993, van 11 december 2001 en van 13 november 2012 ;

- de beklaagde daarenboven veroordeelt tot de kosten, vastgesteld ten aanzien van de Staat op het bedrag van tweeduizend vierhonderd achtendertig euro en dertig cent (2.438,30 euro).

Krachtens artikel 28 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maat-schappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksue-le feiten kunnen de strafgerechten over de verzoeken tot internering slechts beslis-sen ten aanzien van de betrokkenen die bijgestaan worden door een advocaat.

Te dezen blijkt uit de stukken van de rechtspleging dat, in strijd met de wet, het vonnis van 11 juli 2013, dat de internering beveelt van de beklaagde B. M., jegens hem op tegenspraak werd gewezen, zonder dat hij werd bijgestaan door een advo-caat.

Om die redenen, vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof moge behagen het aangegeven vonnis te vernietigen in zoverre het uitspraak doet op strafrechtelijk vlak, te bevelen dat van dit arrest melding zal worden ge-maakt op de kant van het vernietigde vonnis en de zaak te verwijzen naar een an-dere correctionele rechtbank (Cass., 11 januari 2000, AC, nr. 21).

De vernietiging van de beslissing op de strafvordering mag geen nadelige gevol-gen hebben voor de belangen van de burgerlijke partij, ten aanzien van wie de be-streden beslissing blijft bestaan en gezag van gewijsde blijft hebben (Cass., 18 ok-tober 1989, AC 1989-90, nr. 100).

Brussel, 22 januari 2014.

Voor de procureur-generaal,

de advocaat-generaal,

(get.) Raymond Loop".

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Er is grond om de redenen van de vordering aan te nemen en toe te wijzen.

Dictum

Het Hof,

Gelet op artikel 441 Wetboek van Strafvordering.

Vernietigt het vonnis van de correctionele rechtbank te Hoei van 11 juli 2013, in zoverre het uitspraak doet over de strafvordering tegen B. M.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 12 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Beklaagde

  • Bijstand van een advocaat

  • Verplichting