- Arrest van 14 februari 2014

14/02/2014 - C.14.0030.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verzoekschrift tot onttrekking van de zaak aan de rechtbank van eerste aanleg te Luik, wegens gewettigde verdenking, is kennelijk niet ontvankelijk, aangezien de aangevoerde grieven slechts twee magistraten betreffen die in kort geding zetelen en de verzoeker niet aantoont dat die grieven ook zouden kunnen gelden voor alle magistraten waaruit de zetel van die rechtbank is samengesteld en waarvan de omvang een dergelijke deductie uitsluit.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.14.0030.F

F. A.,

Mr. Vincenza Lo Re, advocaat bij de balie te Monza (Italië) en te Parijs (Frankrijk),

verzoeker tot onttrekking van de zaak aan de rechtbank van eerste aanleg te Luik, welke op de algemene rol van dat rechtscollege is ingeschreven onder het nummer 13/954/C, tegen

N. M.,

Mr. Philippe Marion, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VAN HET HOF

Bij een met redenen omklede akte, ondertekend door mr. Vincenza Lo Re, advo-caat bij de balie te Monza (Italië) en te Parijs (Frankrijk), en ontvangen op de grif-fie van het Hof op 24 januari 2014, vordert de verzoeker dat de zaak tussen hem en M., die op de algemene rol van de rechtbank van eerste aanleg te Luik is inge-schreven onder het nummer 12/976/C (lees: 13/954/C), wegens gewettigde ver-denking aan dat rechtscollege zou worden onttrokken.

Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Uit het verzoekschrift blijkt dat de gewettigde verdenking uitsluitend betrekking heeft op de twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg te Luik die achter-eenvolgens hebben moeten kennisnemen van de zaak met rolnummer 12/976/C, die door een proces-verbaal van vrijwillige verschijning van 4 december 2012 was ingeleid, en die in de voormelde zaak, in kort geding, uitspraak hebben gedaan bij beschikkingen van 18 december 2012 en 29 januari 2013.

De verzoeker grondt zijn verzoekschrift op de overweging dat "de rechtbank van eerste aanleg te Luik een kleine rechtbank is, waar iedereen iedereen kent en de ene de andere bij het wijzen van de beslissingen dus kan beïnvloeden".

De aangevoerde grieven betreffen slechts twee magistraten die in kort geding ze-telen en de verzoeker toont niet aan dat die grieven ook zouden kunnen gelden voor alle magistraten waaruit de zetel van de rechtbank van eerste aanleg te Luik is samengesteld en waarvan de omvang een dergelijk besluit uitsluit.

Het verzoekschrift is kennelijk niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoekschrift.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 14 februari 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschre-ven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Gewettigde verdenking

  • Omvang van het gerecht

  • Weerslag