- Arrest van 14 februari 2014

14/02/2014 - C.12.0522.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De artikelen 577-2, § 5, en 577-2, § 6, van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking hebben op de daden tot behoud, de daden van voorlopig beheer van de gemeenschappelijke zaak, de andere daden van beheer en de daden van beschikking, zijn slechts tussen mede-eigenaars van toepassing, behalve de uitzonderingen die verantwoord worden door het onsplitsbaar karakter van de huurovereenkomst (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0522.F

HALTÈRES & GO vzw,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

tegen

M. P.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Bergen van 29 juni 2012.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 20 januari 2014 een conclusie neerge-legd ter griffie.

Raadsheer Marie-Claire Ernotte heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Middel

(...)

Derde onderdeel

Volgens artikel 577-2, § 5, Burgerlijk Wetboek kan de mede-eigenaar geldig da-den tot behoud en daden van voorlopig beheer van de gemeenschappelijke zaak verrichten, terwijl artikel 577-2, § 6, Burgerlijk Wetboek voor de andere daden van beheer en voor de daden van beschikking de medewerking van alle mede-eigenaars vereist.

Die bepalingen zijn slechts tussen mede-eigenaars van toepassing, behalve de uit-zonderingen die verantwoord worden door het onsplitsbaar karakter van de huur-overeenkomst.

Het bestreden vonnis verantwoordt zijn beslissing naar recht dat de verweerster zelf mocht optreden tegen de eiseres, op grond dat, enerzijds, de verweerster me-de-eigenaar was van het pand dat door de eiseres tot 28 april 2010 werd gehuurd en dat, anderzijds, de vordering, in haar meest recente staat, betrekking had op de betaling van de "onbetaalde huurgelden en lasten, voor de periode van mei 2008 tot april 2010".

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

Het onderdeel, dat gegrond is op de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wet-boek, die noch van openbare orde noch van dwingend recht zijn, en dat niet aan de feitenrechter is voorgelegd, waarvan hij niet op eigen initiatief heeft kennisgenomen en niet diende kennis te nemen, is in zoverre nieuw en, derhalve, niet ontvankelijk.

Voor het overige blijkt uit de artikelen 544, 546, 1709 en 1728 Burgerlijk Wet-boek niet dat de eis tot betaling van de ter uitvoering van een huurovereenkomst verschuldigde bedragen niet kan worden ingediend door een persoon die niet de hoedanigheid van eigenaar heeft op het ogenblik dat de vordering wordt ingesteld.

Het onderdeel, in zoverre het ontvankelijk is, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 14 februari 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Bart Wylleman en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Rechtsvordering

  • Burgerlijke zaken

  • Mede-eigendom

  • Artikelen 577-2, § 5, en 577-2, § 6, van het Burgerlijk Wetboek

  • Toepassingsgebied ratione personae