- Arrest van 14 februari 2014

14/02/2014 - F.13.0060.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Behoudens het geval bepaald in artikel 40, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en het geval van regelmatige afstand, kan een partij, in belastingzaken, tegen dezelfde beslissing geen tweede keer cassatieberoep instellen, zelfs wanneer het tweede cassatieberoep is ingesteld voordat het eerste werd verworpen; aangezien de eiseres regelmatig afstand heeft gedaan van haar eerste cassatieberoep, dat op dezelfde dag als die van de neerlegging van het verzoekschrift werd ingeschreven op de rol van het Hof, valt het nieuwe cassatieberoep dat zij heeft ingesteld niet onder de toepassing van de regel van openbare orde, die is samengevat in het gezegde “cassatieberoep na cassatieberoep is uitgesloten” (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. …. .

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0060.F

HIRAKO, vennootschap naar Zwitsers recht,

Mr. Alain G. Vandamme, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 25 april 2012, gewezen op verwijzing na arrest van het Hof van 30 april 2009.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 20 januari 2014 een conclusie neerge-legd ter griffie.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Het door de verweerder tegen het cassatieberoep opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid: na een eerste cassatieberoep kan er geen enkel cassatieberoep tegen dezelfde beslissing worden aangenomen:

Behoudens het geval bepaald in artikel 40, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en het geval van regelmatige afstand, kan een partij, in belastingzaken, tegen dezelfde beslissing geen tweede keer cas-satieberoep instellen, zelfs wanneer het tweede cassatieberoep is ingesteld voordat het eerste werd verworpen.

De eiseres heeft tegen het bestreden arrest een eerste cassatieberoep ingesteld door op 10 augustus 2012 op de griffie van het Hof een verzoekschrift neer te leggen, dat op 8 augustus 2012 was betekend aan de verweerder, en heeft vervolgens op 14 augustus 2012 op de griffie van het hof van beroep een ander verzoekschrift neergelegd, dat de dag voordien was betekend aan de verweerder.

Aangezien de eiseres op 21 januari 2013 regelmatig afstand heeft gedaan van haar eerste cassatieberoep, dat op dezelfde dag als die van de neerlegging van het ver-zoekschrift werd ingeschreven op de rol van het Hof, valt het nieuwe cassatiebe-roep dat zij op 14 augustus 2012 heeft ingesteld niet onder de toepassing van de regel van openbare orde, die is samengevat in het adagium "cassatieberoep na cassatieberoep is uitgesloten".

Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 14 februari 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Cassatieberoep na cassatieberoep is uitgesloten

  • Openbare orde

  • Regelmatige afstand