- Arrest van 18 februari 2014

18/02/2014 - P.14.0249.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een eiser kan in een rechtspleging zoals deze die de voorlopige hechtenis regelt, enkel cassatieberoep instellen, wanneer de vordering of het verzoek waarover bij de aangevochten beslissing uitspraak is gedaan, op ontvankelijke wijze in het kader van die rechtspleging voor het gerecht die deze beslissing heeft gewezen, kon worden gebracht (1). (1) Antwerpen, 19 sept. 1991, RW 1991-92, 613.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0249.N

J E G S,

verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, gedetineerd,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest (repertoriumnummer ARS 2014/508) van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 januari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, grieven aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Een eiser kan in een rechtspleging zoals deze die de voorlopige hechtenis regelt, enkel cassatieberoep instellen, wanneer de vordering of het verzoek waar-over bij de aangevochten beslissing uitspraak is gedaan, op ontvankelijke wijze in het kader van die rechtspleging voor het gerecht die deze beslissing heeft gewe-zen, kon worden gebracht.

2. Het arrest stelt vast, zonder op dat punt te worden bekritiseerd, dat eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling betrekking heeft op zijn vrijheidsberoving ingevolge het arrest op tegenspraak en op verzet van het hof van beroep te Gent van 31 mei 2012. Dit arrest is definitief daar het Hof bij arrest P.12.1153.N van 26 maart 2013 het door de eiser daartegen ingestelde cassatieberoep heeft verworpen.

3. Eisers vrijheidsberoving is bijgevolg niet meer gegrond op enige vorm van voorlopige hechtenis, zodat elk verzoek tot voorlopige invrijheidstelling ingesteld bij toepassing van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet, kennelijk niet ontvankelijk is. Hieruit volgt dat de eiser evenmin cassatieberoep met toepassing van artikel 31 Voorlopige Hechteniswet kan instellen. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door eisers hernieuwd verzet tegen voornoemd arrest van 31 mei 2012, dat bij arrest van het hof van beroep te Gent van 22 januari 2014 niet ontvankelijk werd ver-klaard en waartegen andermaal cassatieberoep werd ingesteld.

Het cassatieberoep is bijgevolg niet ontvankelijk.

Grieven

4. De grieven die geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het cas-satieberoep, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 61,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, en de raadsheren Gustave Steffens, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 18 februari 2014 uitgesproken door afdelings-voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

P. Hoet A. Bloch

G. Steffens L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid