- Arrest van 20 februari 2014

20/02/2014 - F.12.0050.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beperking inzake de aftrekbaarheid van het beroepsgedeelte van restaurant- en receptiekosten als beroepskosten ten belope van 50 procent is niet van toepassing op ondernemingen die in opdracht van klanten evenementen organiseren en die in het raam daarvan een beroep doen op een traiteur, een cateringbedrijf of een restaurant, voor zover die ondernemingen die restaurant- en receptiekosten doorrekenen aan hun klanten die aan de aftrekbeperking onderworpen zijn (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0050.N

EDECO bvba, met zetel te 2180 Ekeren, Laathoflaan 3,

eiseres,

met als raadsman mr. Wim Vandenberghe, advocaat bij de balie te Gent, met kan-toor te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 930, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt het Controlecentrum Antwerpen II, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwer-pen van 14 december 2010 en 18 oktober 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 16 oktober 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens het hier toepasselijke artikel 53, 8°, WIB92 worden als beroeps-kosten niet aangemerkt 50 procent van de beroepsmatig gedane restaurant- en re-ceptiekosten en van de kosten voor relatiegeschenken, met uitsluiting evenwel van:

- restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector waarvan de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaam-heid noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant;

- reclame-artikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen.

Hieruit volgt dat het beroepsgedeelte van restaurant- en receptiekosten in de regel slechts ten belope van 50 procent aftrekbaar is als beroepskosten.

2. De beperking inzake de aftrekbaarheid van restaurant- en receptiekosten is niet van toepassing op ondernemingen die in opdracht van klanten evenementen organiseren en die in het raam daarvan een beroep doen op een traiteur, een cate-ringbedrijf of een restaurant, voor zover die ondernemingen die restaurant- en re-ceptiekosten doorrekenen aan hun klanten die aan de aftrekbeperking onderwor-pen zijn.

3. De appelrechters oordelen dat:

- er niet kan worden betwist dat de kosten die de eiseres wenste af te trekken (huur van zalen, catering, animatie op beurzen) het karakter hebben van recep-tiekosten;

- voor zover de eiseres bij het organiseren van deze evenementen uitsluitend zou zijn opgetreden voor rekening van de vleesfabrikanten, de eiseres de aftrekbe-perking van artikel 53, 8°, WIB92 zou kunnen ontlopen, indien ze kan aantonen dat ze deze kosten als dusdanig heeft doorgerekend aan de klanten, met name de vleesfabrikanten en de groothandelaars, die op hun beurt aan de af-trekbeperking van artikel 53, 8°, WIB92 worden onderworpen;

- in dit geval dient te worden vastgesteld dat de restaurants de cateringkosten, de huur voor de zaal en de drankkosten zonder meer factureerden aan de eiseres en dat de eiseres deze kosten niet rechtstreeks doorrekende aan haar klanten;

- op geen enkele wijze bij de standgelden en commissies verwezen werd naar de nota of factuur die de eiseres voordien ontving van het restaurant of de traiteur;

- indien de eiseres recepties en beurzen organiseert in naam en voor rekening van haar klanten, ten behoeve van de externe relaties van deze klanten, verwacht mag worden dat ze de kosten die met de organisatie van deze beurzen gepaard gaan, doorrekent aan deze klanten, wat zij in dit geval niet deed.

4. De appelrechters die op die gronden oordelen dat de eiseres als organisator van evenementen onderworpen is aan de beperkte aftrekbaarheid voor receptie-kosten om reden dat ze deze kosten niet doorfactureerde aan haar klanten, verant-woorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. De appelrechters oordelen op grond van de in r.o. 3 weergegeven redenen dat de litigieuze kosten receptiekosten zijn.

Zij verwerpen en beantwoorden aldus de door de eiseres voorgehouden kwalifica-tie van de kosten als exploitatiekosten en laten het Hof toe zijn wettigheidstoe-zicht uit te oefenen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

6. De rechter voldoet aan de motiveringsplicht, wanneer hij tegenover een middel van een partij zijn tegengestelde beoordeling van de feitelijke gegevens van de zaak stelt, zonder dat hij daarenboven hoeft te antwoorden op alle argu-menten die deze partij tot staving van een verweer aanvoert en die geen afzonder-lijke middelen zijn.

7. De eiseres verwees in haar conclusie naar de stukken 1 tot 3 om haar stand-punt te staven dat er geen sprake kan zijn van receptiekosten, waarbij ter bijko-mende ondersteuning de stukken 9 tot 11 werden gevoegd, zijnde drie facturen waarvan de Btw-administratie de belasting over de toegevoegde waarde op de kosten van dranken heeft afgezonderd om deze te verwerpen.

8. De appelrechters die oordelen dat uit de stukken 1 tot 3 van de eiseres niet kan worden afgeleid dat de administratie op het vlak van de btw het standpunt van de eiseres volgde, verwerpen en beantwoorden de in het onderdeel vermelde conclusie van de eiseres, zonder dat zij gehouden waren om ook nog te antwoorden op een argument van de eiseres dat geen afzonderlijk middel ople-verde.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 171,86 euro en voor de verweerder op 273,07 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens en op de openbare rechtszitting van 20 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

F. Van Volsem G. Jocqué E. Dirix

Vrije woorden

  • Aftrekbeperking van 50 %

  • Receptiekosten