- Arrest van 20 februari 2014

20/02/2014 - F.12.0132.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Onder verdoken meerwinsten, waarop een bijzondere aanslag in de vennootschapsbelasting wordt gevestigd krachtens artikel 219, eerste lid, WIB92, dient te worden verstaan de door de administratie vastgestelde, verzwegen of verborgen gehouden winsten die niet begrepen zijn in het boekhoudkundig resultaat van de vennootschap en derhalve evenmin onder de bestanddelen van de vennootschap kunnen teruggevonden worden (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0132.N

1. T.B.L. nv, met zetel te 3530 Houthalen-Helchteren, Centrum-Zuid 3003,

2. NEKO nv, met zetel te 3530 Houthalen-Helchteren, Centrum-Zuid 3003,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseressen woon-plaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de gewestelijke direc-teur van de administratie der directe belastingen te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voortstraat 43,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 december 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 16 oktober 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee mid-delen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Met de overwegingen in verband met het zwijgrecht op pagina's 13-14 van het arrest, verwerpen en beantwoorden de appelrechters ook het in het middel be-doelde verweer van de eiseressen.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

Eerste onderdeel

2. Krachtens artikel 219, eerste lid, WIB92, zoals hier van toepassing, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd op kosten vermeld in artikel 57, die niet wor-den verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave alsmede op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden.

Onder verdoken meerwinsten dient te worden verstaan de door de administratie vastgestelde, verzwegen of verborgen gehouden winsten die niet begrepen zijn in het boekhoudkundig resultaat van de vennootschap en derhalve evenmin onder de bestanddelen van de vennootschap kunnen teruggevonden worden.

3. De appelrechters oordelen dat:

- de administratie het bewijs heeft geleverd dat de facturen van Vandeweghe nv, waarvan de eiseressen de aftrek wilden genieten, niet beantwoorden aan werkelijke prestaties en derhalve fictief waren;

- door die valse facturen in de boekhouding op te nemen, een deel van de winst verborgen werd gehouden.

Door vervolgens te oordelen dat het betrokken factuurbedrag een verdoken meer-winst in de zin van artikel 219 WIB92 is, verantwoorden de appelrechters hun be-slissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

4. Artikel 206 KB WIB92 bepaalt dat de bijzondere aanslag in de vennoot-schapsbelasting vermeld in artikel 219 WIB92 wordt verbonden aan het aanslag-jaar betreffende het belastbaar tijdperk bepaald overeenkomstig de artikelen 200 tot 203 KB WIB92, in de loop waarvan de omstandigheid waarin gezegde aansla-gen hun grond vinden zich heeft voorgedaan.

Wanneer de verdoken meerwinst wordt gerealiseerd door de opname in de boek-houding van facturen voor fictieve prestaties, is de betaling van deze fictieve fac-tuur de omstandigheid waarin de aanslag van artikel 219 WIB92 zijn grond vindt.

5. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de opname van de fictieve factuur in de boekhouding de omstandigheid is waarin de aanslag zijn grond vindt, steunt het op een verkeerde rechtsopvatting en faalt het naar recht.

6. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de artikelen 57 en 219 WIB92 is het geheel afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde schending van artikel 206 KB WIB92 en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat Vande-weghe nv, als genieter van de inkomsten, deze heeft aangegeven in een overeen-komstig artikel 305 WIB92 ingediende aangifte in de personenbelasting.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

8. Aangezien het onderdeel feitelijke grondslag mist, dient de prejudiciële vraag niet te worden gesteld aan het Grondwettelijk Hof.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseressen tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 828,65 euro en voor de verweerders op 188,49 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

F. Van Volsem G. Jocqué E. Dirix

Vrije woorden

  • Verdoken meerwinst