- Arrest van 20 februari 2014

20/02/2014 - F.13.0084.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 215 W. Reg., dat voorziet in een verjaringstermijn van twee jaar voor de vordering tot teruggaaf van rechten, interesten en boeten, is ook van toepassing op de vordering tot teruggaaf van rechten die in strijd met de wettelijke regels onregelmatig werden gevorderd (1). (1) Cass. 17 mei 2013, AR F.11.0136.N, AC 2013, nr. 305, met concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0084.N

D M,

eiser,

met als raadsman mr. Willie Dierick, advocaat bij de balie te Leuven, met kantoor te 3200 Aarschot, Gijmelsesteenweg 81, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie van de btw, registratie en domeinen, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 3,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, vaar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 maart 2013 na verwijzing door het Hof bij het arrest van 11 februari 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 16 oktober 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 215 Wetboek van Registratierechten bepaalt dat er verjaring is voor de vordering tot teruggaaf van rechten, interesten en boeten, na twee jaar, te reke-nen van de dag waarop de rechtsvordering is ontstaan.

2. Deze bepaling is ook van toepassing op de vordering tot teruggaaf van rech-ten die in strijd met de wettelijke regels onregelmatig werden gevorderd.

3. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede middel

4. Het middel preciseert niet hoe en waardoor het arrest de artikelen 170 en 172 Grondwet en de artikelen 1235 en 1376 tot 1381 Burgerlijk Wetboek schendt en is in zoverre bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

5. Met de redenen die het arrest vermeldt, beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiser dat niet artikel 215 Wetboek van Registratierechten, maar wel de gemeenrechtelijke verjaringsregels moeten toegepast worden op de verja-ring van de terugvordering van onverschuldigd betaalde registratierechten.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Derde middel

6. De appelrechters oordelen dat de vordering van de eiser gesteund op de arti-kelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek verjaard is bij toepassing van artikel 215 Wetboek van Registratierechten.

7. Deze zelfstandige en vergeefs bekritiseerde reden schraagt de beslissing.

Het middel kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 173,54 euro en voor de verweerder op 246,10 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Vol-sem, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 februari 2014 uitgesproken door raadsheer Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

A. Lievens F. Van Volsem G. Jocqué

Vrije woorden

  • Vordering tot teruggaaf

  • Verjaringstermijn van twee jaar