- Arrest van 21 februari 2014

21/02/2014 - D.13.0016.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De door artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden gewaarborgde toegang tot de rechter, in de uitlegging ervan door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, vereist niet dat de kennisgeving van de beslissing van de gemengde raad van beroep van de Orde van dierenartsen melding maakt van de beroepsmogelijkheden tegen die beslissing, noch van de termijnen waarbinnen die beroepen moeten worden ingesteld.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.13.0016.F

M. S.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

ORDE VAN DIERENARTSEN,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van 2 maart 2013 van de ge-mengde raad van beroep met het Frans als voertaal van de Orde van dierenartsen.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Betreffende het door de verweerster tegen het cassatieberoep opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid: het cassatieberoep is laattijdig

Krachtens artikel 12, vijfde en zesde lid, van de wet van 19 december 1950 tot in-stelling van de Orde der Dierenartsen wordt de beslissing van de gemengde raad van beroep bij aangetekend schrijven aan de belanghebbende betekend en be-draagt de termijn om cassatieberoep in te stellen een maand vanaf die kennisge-ving.

De door artikel 6.1. van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden gewaarborgde toegang tot de rechter, in de uitlegging ervan door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, ver-eist niet dat een dergelijke kennisgeving melding maakt van de beroepsmogelijk-heden tegen die beslissing, noch van de termijnen waarbinnen die beroepen moe-ten worden ingesteld.

Volgens artikel 53bis, 1°, Gerechtelijk Wetboek worden, ten aanzien van de ge-adresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend, wanneer de kennisge-ving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een ter post aangetekende brief met ont-vangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

Blijkens de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, werd de bestreden be-slissing drie keer na elkaar ter kennis gebracht bij aangetekende brieven respectie-velijk van 5 maart 2013, voor de eerste, en 1 april, voor de tweede, en op een niet nader te bepalen datum in april 2013, voor de derde, op de chaussée in Wavre 26 in Héron. De eiser, die telkens afwezig was, heeft ze echter niet afgehaald op het postkantoor. Tot slot werd de kennisgeving een vierde keer gedaan, bij een aange-tekende brief die op 1 juli 2013 werd aangeboden op de rue du Jonckay, 40/A in Fernelmont, waar de eiser sinds 6 september 2012 gedomicilieerd was.

Uit het dossier van de rechtspleging blijkt niet dat de griffie, ten tijde van de eer-ste drie van die kennisgevingen, wist of had moeten weten dat de eiser niet langer gedomicilieerd was op het adres waarop de eerste drie aangetekende brieven wer-den aangeboden, en de omstandigheid alleen dat een vierde kennisgeving werd gedaan heeft bij de eiser niet de gewettigde overtuiging kunnen doen ontstaan dat enkel die vierde kennisgeving de termijn om cassatieberoep in te stellen, kon doen ingaan.

Het cassatieberoep werd op de griffie van het Hof overhandigd op 31 juli 2013, dus buiten de voorgeschreven termijn.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Mireille Delange, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 21 februari 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Termijnen van cassatieberoep

  • Tuchtzaken

  • Orde der dierenartsen

  • Tuchtprocedure

  • Termijn van cassatieberoep

  • Recht op toegang tot de rechter

  • Kennisgeving van de beslissing van de gemengde raad van beroep

  • Geen vermelding van de beroepsmogelijkheden