- Arrest van 25 februari 2014

25/02/2014 - P.12.1922.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het herstel in eer en rechten is in beginsel ondeelbaar; enkel de veroordelingen, bedoeld in artikel 627 Wetboek van Strafvordering, gepleegd tijdens de proefperiode bedoeld in artikel 625 Wetboek van Strafvordering, waarvan het hof van beroep kan beslissen dat ze geen beletsel vormen voor de toekenning van het herstel in eer en rechten, kunnen uitgesloten worden van het herstel in eer en rechten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1922.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

M-J L H,

verzoekster tot herstel in eer en rechten,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 5 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 621, 622, 623, 624, 625, 626 en 627 Wetboek van Strafvordering: het arrest spreekt het herstel in eer en rechten uit voor de andere veroordelingen dan die door de correctionele rechtbank te Dendermonde van 7 januari 1998 uitgesproken, waarvoor de aanvraag werd verworpen, terwijl het herstel in eer en rechten in beginsel ondeelbaar is, en voormeld veroordelend vonnis geen vonnis is dat zoals bepaald in artikel 627 Wetboek van Strafvordering, het herstel in eer en rechten niet belet.

2. Het herstel in eer en rechten is in beginsel ondeelbaar.

Enkel de veroordelingen, bedoeld in artikel 627 Wetboek van Strafvordering, ge-pleegd tijdens de proefperiode bedoeld in artikel 625 Wetboek van Strafvorde-ring, waarvan het hof van beroep kan beslissen dat ze geen beletsel vormen voor de toekenning van het herstel in eer en rechten, kunnen uitgesloten worden van het herstel in eer en rechten.

3. De verweerster werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Dender-monde van 7 januari 1998 veroordeeld wegens bedrieglijke en eenvoudige bank-breuk. Dit is geen veroordeling zoals bedoeld in artikel 627 Wetboek van Straf-vordering.

4. Het arrest dat enerzijds het herstel in eer en rechten uitspreekt van de ver-weerster voor haar veroordelingen bij de vonnissen van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 19 april 1978, de correctionele rechtbank te Oudenaarde van 29 juni 1979, de correctionele rechtbank te Dendermonde van 27 maart 1985, 4 november 1992 en 31 oktober 1995 en van de politierechtbank te Antwerpen van 6 mei 2002, maar anderzijds de aanvraag verwerpt voor het vonnis van de correc-tionele rechtbank te Dendermonde van 7 januari 1998, schendt artikel 627 Wet-boek van Strafvordering.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Veroordeelt de verweerster tot de kosten van het cassatieberoep.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 114,52 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lie-vens, en op de openbare rechtszitting van 25 februari 2014 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc De-creus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Ondeelbaarheid