- Arrest van 25 februari 2014

25/02/2014 - P.14.0232.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit van uitgangsvergunning die de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 59 Wet Strafuitvoering kan toestaan, is geen uitvoeringsmodaliteit bepaald in Titel V van de wet, noch een bijzondere voorwaarde als bedoeld in Titel XI van dezelfde wet; tegen de beslissing over dergelijke bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit staat voor de veroordeelde geen cassatieberoep open (1). (1) Zie Cass. 26 dec. 2007, AR P.07.1762.N, AC 2007, nr. 662.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0232.N

D C,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd,

eiser,

met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen van 17 januari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het vonnis gaat niet in op eisers verzoek hem met toepassing van artikel 59 Wet Strafuitvoering een uitgangsvergunning toe te staan.

2. Artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat voor de veroordeelde cassatieberoep openstaat tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter en van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot de toekenning, de afwijzing of met betrekking tot de herroeping van de in Titel V bedoelde strafuitvoerings-modaliteiten en tot de herziening van de bijzondere voorwaarden, evenals de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen.

3. De bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit van uitgangsvergunning die de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 59 Wet Strafuitvoering kan toestaan, is geen uitvoeringsmodaliteit bepaald in Titel V van de wet, noch een bijzondere voorwaarde als bedoeld in Titel XI van dezelfde wet. Tegen de beslissing over dergelijke bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit staat voor de veroordeelde geen cassatieberoep open.

In zoverre gericht tegen de weigering een uitgangsvergunning toe te staan, is het cassatieberoep niet ontvankelijk.

Middel

4. Het middel dat betrekking heeft op een beslissing waartegen het cassatiebe-roep niet ontvankelijk is, behoeft geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 6,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lie-vens, en op de openbare rechtszitting van 25 februari 2014 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc De-creus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Beslissing over bijzondere strafuitvoeringsmodaliteiten

  • Ontvankelijkheid