- Arrest van 26 februari 2014

26/02/2014 - P.13.1744.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de arresten C-264/08 en C-351/11 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van respectievelijk 28 januari 2010 en 8 november 2012 blijkt dat de boeking van het uit een douaneschuld voortvloeiend bedrag aan rechten is voltrokken door de vermelding van dat bedrag in het proces-verbaal dat de bevoegde douaneautoriteiten opmaken met het oog op het vaststellen van een overtreding van de toepasselijke douanewetgeving, ongeacht of de Lidstaat verplicht is in zijn wetgeving de nadere voorschriften voor de boeking van de douanerechten vast te stellen (1). (1) Cass. 15 mei 2012, AR P.11.0679.F, AC 2012, nr. 303.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1744.F

I. K. B.,

II. K. B.,

gedagvaard tot hervatting van het tegen zijn overleden vader aangespannen geding,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

beide cassatieberoepen tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, ten verzoeke van de gewestelijk directeur douane en accijnzen van de provincie Henegouwen,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 25 september 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van 8 oktober 2013, overgeschreven op de griffie onder het nummer 804 van het repertorium

De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep.

B. Cassatieberoep van 11 oktober 2013, overgeschreven op de griffie onder het nummer 819 van het repertorium

Middel

Het arrest wordt verweten te beslissen dat de door de douaneautoriteiten opge-maakte processen-verbaal in aanmerking kunnen worden genomen als de bij artikel 217 van het Communautair douanewetboek vereiste boeking, terwijl de artikelen 267 en 268 AWDA, waarop het arrest is gegrond, geen nadere voorschriften bevatten voor de boeking en kennisgeving van een douaneschuld door middel van een proces-verbaal.

De eiser voert aan dat niet ervan kan worden uitgegaan dat de Belgische wet nadere voorschriften heeft vastgesteld voor de boeking van het bedrag aan rechten, aangezien artikel 3 AWDA bepaalt dat de regels betreffende die boeking zijn bepaald in de verordeningen van de Europese Unie.

Uit de arresten C-264/08 en C-351/11 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van respectievelijk 28 januari 2010 en 8 november 2012, blijkt evenwel dat de boeking van het uit een douaneschuld voortvloeiend bedrag aan rechten is ver-richt door de inschrijving van dat bedrag in het proces-verbaal van de bevoegde douaneautoriteiten met het oog op het vaststellen van een overtreding van de toe-passelijke douanewetgeving, ook al is de Lidstaat niet verplicht in zijn wetgeving de nadere voorschriften voor de boeking van de douanerechten te bepalen.

De door de eiser aangevoerde omstandigheid dat de artikelen 267 en 268 AWDA geen nadere regels bevatten betreffende die boeking, heeft dus geen gevolgen voor het verrichten van die boeking, omdat de douaneschuld wordt vastgesteld door middel van de op grond van die artikelen opgestelde processen-verbaal, wanneer het exacte bedrag aan rechten ten aanzien van de schuldenaars met ze-kerheid is vastgesteld.

De appelrechters hebben overigens niet beslist dat de artikelen 267 en 268 AWDA beschouwd konden worden als nadere voorschriften voor de aangevochten boe-king.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het eerste cassatieberoep.

Verwerpt het tweede cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 26 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Douaneschuld

  • Boeking

  • Communautair Douanewetboek

  • Artikel 217

  • Uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Unie