- Arrest van 27 februari 2014

27/02/2014 - C.13.0306.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verbintenis om de schade te herstellen die het gevolg is van een vertraging in de uitvoering van de verbintenis van het Bestuur is een waardeschuld, aangezien het bedrag van de schadevergoeding volledig aan de beoordeling van de rechter is overgelaten; de niet-uitvoering van deze verbintenis heeft geen betrekking op de betaling van een welbepaald bedrag (1). (1) Zie Cass. 14 maart 2008, AR C.06.0657.F, AC 2008, nr. 182.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0306.N

ALGEMENE ONDERNEMINGEN AERTS nv, met zetel te 2500 Lier, Paaie-straat 9,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

REGIE DER GEBOUWEN, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Staatshervorming en voor de Regie der gebouwen, met kantoor te 1060 Brussel, Gulden Vlieslaan 87, bus 2,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerder woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 20 december 2012 op verwijzing na het arrest van het Hof van 7 april 2005.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens het toepasselijke artikel 16 A ministerieel besluit van 14 oktober 1964 aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken, kan de aan-nemer zich beroepen op feiten, die hij aan het bestuur of zijn personeel ten laste legt en die voor hem oorzaak zijn van een vertraging en/of een nadeel met het oog op het verkrijgen, desgevallend van verlenging van de uitvoeringstermijnen, her-ziening of verbreking van de overeenkomst en/of schadeloosstelling.

De verbintenis om de schade te herstellen die het gevolg is van een vertraging in de uitvoering van de verbintenis van het Bestuur is een waardeschuld, aangezien het bedrag van de schadevergoeding volledig aan de beoordeling van de rechter is overgelaten. De niet-uitvoering van deze verbintenis heeft geen betrekking op de betaling van een welbepaald bedrag.

2. De appelrechters stellen vast dat de eiseres een vergoeding voor schade we-gens productieverlies ingevolge het uitblijven van het aanvangsbevel verkreeg. Zij oordelen dat de toekenning van deze vergoeding moet worden gekwalificeerd als de betaling van een geldsom in de zin van artikel 1153 Burgerlijk Wetboek.

3. De appelrechters die op deze gronden de vordering van de eiseres voor een vergoeding voor muntontwaarding op de vergoeding voor schade wegens produc-tieverlies ingevolge het uitblijven van het aanvangsbevel ongegrond verklaren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

4. Krachtens artikel 1794 Burgerlijk Wetboek kan de opdrachtgever de aan-neming door zijn enkele wil verbreken, ook al is het werk reeds begonnen, mits hij de aannemer schadeloos stelt voor al zijn uitgaven, al zijn arbeid, en alles wat hij bij die aanneming had kunnen winnen.

De verbintenis om de schade te herstellen die het gevolg is van de verbreking van een aanneming door de opdrachtgever is een waardeschuld, aangezien het bedrag van de schadevergoeding volledig aan de beoordeling van de rechter is overgela-ten. De niet-uitvoering van deze verbintenis heeft geen betrekking op de betaling van een welbepaald bedrag.

5. De appelrechters stellen vast dat de eiseres een verbrekingsvergoeding werd toegekend berekend op de geactualiseerde waarde van de opdracht op 6 mei 1982. Zij oordelen dat deze vergoeding die forfaitair werd berekend op de geactualiseerde waarde van de aannemingssom als vergoeding voor de winstderving en de niet-recupereerbare kosten, een schuldvordering betreft van een op numerieke wijze vastgestelde geldsom en niet een schuldvordering waarvan het bedrag door de rechter moet worden geraamd.

6. De appelrechters die op deze grond de vordering van de eiseres voor de ver-goeding voor muntontwaarding op de verbrekingsvergoeding ongegrond verkla-ren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vergoeding van muntontwaarding op de verbrekingsvergoeding en op de vergoeding voor produc-tieverlies en het uitspraak doet over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 27 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Overheidsopdracht

  • Verbintenis van het bestuur

  • Vertraging in de uitvoering

  • Verbintenis om de schade te herstellen

  • Waardeschuld