- Arrest van 28 februari 2014

28/02/2014 - F.13.0112.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het arrest dat vermeldt dat de redenen om een gemeentebelasting te heffen hoofdzakelijk, ja zelfs uitsluitend, financieel zijn en overweegt, zonder daarop te worden bekritiseerd, dat, hoewel het belangrijkste doel van elke gemeentebelasting van budgettaire aard is, niets de gemeenteoverheid belet bijkomende, niet-financiële stimulerings- of ontradingsdoelen na te streven, maar daaraan toevoegt dat het niet aan het hof van beroep staat het bestaan van dergelijke doelen te achterhalen wanneer het budgettaire doel, dat als enige in het litigieuze belastingreglement wordt vermeld, voldoende is om de goedkeuring van dat belastingreglement te verantwoorden, en tevens overweegt dat, in het licht van het doel en het gevolg van de belasting, degenen die instaan voor de bedeling van geadresseerd of betalend reclamedrukwerk dat niet systematisch in alle brievenbussen van de gemeente wordt bezorgd of voor de huis-aan-huisbedeling van niet-publicitair drukwerk, niet dezelfde categorie belastingplichtigen vormen als de overige categorieën bedelers van drukwerk, en detailleert in welk opzicht die categorieën objectief verschillen naargelang van de ontvangers van de betrokken drukwerken, en, desgevallend, van het door de bedeling ervan beoogde doel, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat een belastingreglement niet strijdig is met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, aangezien uit de vermeldingen van het arrest niet blijkt dat het onderscheidingscriterium tussen, enerzijds, degenen die instaan voor de huis-aan-huisbedeling van niet-geadresseerd gratis reclamedrukwerk, die aan de belasting onderworpen zijn, en, anderzijds degenen die instaan voor de huis-aan-huisbedeling van geadresseerd gratis reclamedrukwerk, die niet aan de belasting onderworpen zijn, redelijk verantwoord is in het licht van het financiële doel van de ingevoerde belasting en van de gevolgen ervan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0112.F

SITMEDIA, vennootschap naar Zwitsers recht, eiseres,

Mr. Roland Forestini, advocaat bij de balie van Brussel,

tegen

STAD HOEI,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 25 juni 2013.

Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiseres een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

De in artikel 10 Grondwet vervatte regel van de gelijkheid van de Belgen, de in artikel 11 Grondwet neergelegde regel van non-discriminatie in het genot van de aan de Belgen erkende rechten en vrijheden, alsmede de regel van artikel 172

Grondwet inzake de gelijkheid voor de belastingen, impliceren dat allen, die zich in dezelfde toestand bevinden, gelijk worden behandeld, maar sluiten niet uit dat een verschillende fiscale behandeling wordt ingesteld ten aanzien van bepaalde categorieën van personen, voor zover daarvoor een objectieve en redelijke ver-antwoording bestaat; de aanwezigheid van zodanige verantwoording moet worden getoetst aan het doel en de gevolgen van de getroffen maatregel of van de ingestelde belasting; het gelijkheidsbeginsel wordt eveneens miskend, indien aangetoond wordt dat er geen redelijke en evenredige verhouding bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

Het arrest stelt vast dat "de motivering van het litigieuze belastingreglement onder meer als volgt is verwoord ‘Gelet op de wettelijke en verordenende bepalingen die gelden inzake de vaststelling en de inning van gemeentebelastingen; gelet op de financiën van de stad".

Het vermeldt "dat de redenen om die belasting te heffen dus hoofdzakelijk, ja zelfs uitsluitend, financieel zijn".

Het overweegt, zonder daarop te worden bekritiseerd, dat, "hoewel het belang-rijkste doel van elke gemeentebelasting van budgettaire aard is, niets de gemeen-teoverheid belet bijkomende, niet-financiële stimulerings- of ontradingsdoelen na te streven" maar voegt daaraan toe dat "het niet aan het hof [van beroep] staat het bestaan van dergelijke doelen te achterhalen wanneer het budgettaire doel, dat als enige in het litigieuze belastingreglement wordt vermeld, voldoende is om de goedkeuring van dat belastingreglement te verantwoorden".

Het overweegt tevens "dat, in het licht van het doel en het gevolg van de belasting, degenen die instaan voor de bedeling van geadresseerd of betalend recla-medrukwerk dat niet systematisch in alle brievenbussen van de gemeente wordt bezorgd of voor de huis-aan-huisbedeling van niet-publicitair drukwerk, niet de-zelfde categorie belastingplichtigen vormen als de overige categorieën bedelers van drukwerk" en specificeert in welk opzicht die categorieën objectief verschillen naargelang van de ontvangers van de betrokken drukwerken, en, desgevallend, van het door de bedeling ervan beoogde doel.

Met die vermeldingen, waaruit niet blijkt dat het onderscheidingscriterium tussen, enerzijds, degenen die instaan voor de huis-aan-huisbedeling van niet-geadresseerd gratis reclamedrukwerk, die aan de belasting onderworpen zijn, en, anderzijds degenen die instaan voor de huis-aan-huisbedeling van geadresseerd gratis reclamedrukwerk, die niet aan de belasting onderworpen zijn, redelijk ver-antwoord is in het licht van het financiële doel van de ingevoerde belasting en van de gevolgen ervan, verantwoordt het arrest niet naar recht zijn beslissing dat het litigieuze belastingreglement niet strijdig is met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Gustave Steffens, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 28 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Huis-aan-huisbedeling van al dan niet geadresseerd gratis reclamedrukwerk

  • Onderscheiden categorieën belastingplichtingen

  • Verschillende fiscale behandeling

  • Onderscheidingscriterium

  • Redelijke verantwoordiging ten aanzien van het financieel doel van de ingevoerde belasting en van de gevolgen ervan